In chronologische volgorde


In het laatste nummer van de eerste jaargang werd melding gemaakt van een gebeurtenis die eigenlijk het begin vormde van een nieuwe rubriek, die twee jaar zou blijven bestaan: in chronologische volgorde. Vaak verwezen ze naar een verslag dat verderop in het blad was opgenomen. Het eerste bericht, slechts enkele regels groot, luidde aldus:
  • 28 oktober:
    Een kijkje achter de schermen in het Streekarchief Waterland te Purmerend, tijdens de Open Dag. Het is heel interessant om even rond te kijken in de kluis, die anders altijd voor het publiek gesloten is. Ook de tentoonstelling was de moeite waard.

(december 1989)


In chronologische volgorde, de aktiviteiten van het Familiearchief:

  • 5 dec.:
    In de brief die dhr. Soetens stuurde als antwoord op de op 3 okt. '89 verzonden brief aan hem, schreef hij dat hij betreffende de naam Van den Bergh geen verdere gegevens heeft. Wel wist hij te vermelden dat Adriaan Willemsz. de Haes van beroep landbouwer was en dat Dirck van den Bergh en Peterke van de Pavordt omstreeks 1655 trouwden.

  • 16 jan.:
    Eerste bijeenkomst van de NVG in Purmerend in 1990. Deze werd gehouden in zaal Vlaar, waar dhr. J. Wigmans een lezing gaf over het onderwerp Kadaster. Klik hier voor het verslag.

  • 17 jan.:
    Naar aanleiding van de lezing van 16 jan. werd een brief verstuurd naar de Rijksarchivaris, om in het bezit te komen van een Kadasterverklaring. Op 2 febr. werd deze ontvangen.

  • 25 februari:
    Het eerste exemplaar van "Het voorgeslacht van Maartje Oosthuizen" werd aan Mam aangeboden. Maartje Oosthuizen was haar overgrootmoeder.

  • 12 maart:
    Een bezoek aan het Kadaster. De geschiedenis van "Het Geboortehuis van Dennis Sinkeldam" gaat terug tot 1918, het jaar waarin het stuk grond werd gekocht waarop kort daarna het huis zou worden gebouwd.

  • 14 maart:
    In het Streekarchief Waterland werd een onderzoek ingesteld naar de aanwezigheid van een bouwvergunning en/of tekening. Na enig zoeken werd deze aangetroffen. De voorkant van het huis is nog steeds herkenbaar. Op de tekening staat zoals het oorspronkelijk werd gebouwd: bedsteden, veel deuren en een privaat in de tuin, bij de sloot. Deze sloot werd op de tekening aangegeven met de vermelding "riool".

(maart 1990)


In chronologische volgorde, de aktiviteiten rond het familiearchief:

  • 14-28 april:
    In deze periode werden een aantal stamreeksen ontvangen van enige leden van de NGV, in verband met een boek dat binnen niet al te lange tijd zal verschijnen. De laatste reeks (Langenberg) kwam op 30 mei binnen. Zie het artikel elders in deze Schakel.

  • 18, 21 en 22 mei:
    In verband met de naderende Open Dag werden in het Streekarchief te Purmerend nog wat gegevens verzameld over het geslacht Oudejans.

  • 23 mei:
    Eveneens voor de Open Dag werd in het Archief te Koog aan de Zaan nog wat onderzoek gedaan. Hierbij bleek tevens dat de vorige dag een aantal dozen, afkomstig uit het Rijksarchief, waren gearriveerd. Hierin: DTB-registers en notarieel archief, betreffende de plaatsen in de Zaanstreek. Het zal nog wel even duren voordat alles is uitgepakt en de diverse bescheiden voor de genealoog ter inzage zijn.

  • 24 mei:
    De Open Dag. Zoals u reeds in de vorige Schakel heeft kunnen lezen, was het Familiearchief dit jaar op de Open Dag in Onder de Linden, te Middenbeemster.
    Evenals de beide voorgaande jaren was er veel belangstelling. Speciaal daarvoor waren er zelfs mensen uit Amstelveen gekomen.
    Omdat de toegewezen tafelruimte in Onder de Linden aanvankelijk slechts 2 m² was, werd een speciale Open-Dag-Krant vervaardigd, met daarin o.a. een stukje van een verhaal (Armoede) uit het Familiegeschiedenisboek, genealogie in het algemeen, paleografie en de betekenis daarvan voor de genealoog, en een stukje over het project Gemeenschappelijke Afstamming (zie het artikel elders in deze Schakel).
    Op de dag zelf bleek dat de beschikbare ruimte veel royaler was. Er was voldoende ruimte voor ringbanden enz.
    Ook de heer Lunshof was aanwezig, met diverse werken van algemene aard en informatie over de NGV. De samenwerking was bijzonder prettig.

  • 5 juni:
    Wat onze voorouders nooit zagen: Noord-Holland vanuit de lucht. Het is een heel bijzondere ervaring als je dan je eigen huis ziet, staande tussen twee boerderijen, bijna verscholen onder de bomen. Je raakt wel even in paniek als je een foto wilt maken, wéét dat je huis zich daar onder je bevindt, maar je het zo gauw niet kunt vinden. Het maken van een foto lukte dan ook pas bij de tweede poging.
    De bijna twee uur durende rondvlucht gaf ons de gelegenheid Enkhuizen, de haven van Hoorn, Oosthuizen, de Beemster, de Zaanstreek, Oostzaan, Schellingwoude, het Muiderslot, Pampus, Flevoland en niet te vergeten Lelystad van bovenaf te bekijken. Heel merkwaardig is het verschil in kleur tussen het water aan de ene zijde van de dijk Enkhuizen-Lelyslad en de andere zijde. Vanuit de lucht wordt het wel heel sterk duidelijk waarom men aan Waterland de naam "Waterland" gaf.

  • 15 juni:
    Een heel bijzondere opdracht: het uitzoeken van een uit Enkhuizen afkomstig geslacht. In verband daarmee werd op 18 juni een bezoek gebracht aan het archief te Hoorn, zodat reeds op 20 juni verslag kon worden uitgebracht.

  • 20 juni:
    Bij het Gemeentehuis in Middenbeemster werd de persoonskaart ter inzage gevraagd, waarop de data staan genoteerd waarop de verschillende verhuizingen hebben plaatsgevonden (althans volgens het bevolkingsregister).
    De eerste verhuizing vond plaats op 25 februari 1953, kort na de watersnoodramp in Zeeland. We verhuisden van de Rozenstraat naar de ernaast liggende Reëelenstraat. De verhuizing geschiedde per handkar, waarbij vooral de stoel die er onderweg afviel in de herinnering bewaard gebleven is.
    (Zie verder De Beemster in jaarboek 2001: Wonen het hele jaar door)

(juni 1990)


In chronologische volgorde, belangrijke gebeurtenissen die plaatsvonden in de afgelopen maanden:

  • 17 augustus:
    Een dag naar Doetinchem, naar mevr. Boogman.
    Zie verder het Verslag hieronder.

(september 1990)


In chronologische volgorde:

  • 4 april:
    In verband met de naderende Open Dag kwam mevr. v.d. Kleut een bezoekje brengen. Ze wilde een artikel schrijven in Binnendijks, het blad voor alle Beemsterlingen, waarin ieder jaar het volledige programma wordt gepubliceerd. Men kan dan zelf een keuze maken uit het grote aanbod van aktiviteiten. Ze bleef anderhalf uut en toonde zich zeer geïnteresseerd in het onderwerp genealogie. Omdat zij onbekend bleek te zijn met de in de genealogie gebruikte termen, zoals stamreeks en kwartierstaat, nam ze het overgebleven exemplaar van de speciale Open-Dag-Krant van de Open Dag van 1990 mee, waarin het een en ander uitgebreid werd besproken.

  • 9 april:
    De fotograaf van Binnendijks kwam een foto maken, om het artikel van mevr. v.d. Kleut te illustreren.

  • 17 april:
    Al bij het uit de brievenbus halen van het blad bleek dat het artikel op de voorpagina stond. Bij het doorlezen werd al gauw duidelijk dat mevr. v.d. Kleut niet alleen aantekeningen had gemaakt van ons gesprek, maar ook uit de haar voorgelegde boeken. Over onze middeleeuwse voorouders, om maar even wat te noemen, waarvan zij er enigen aan het artikel had toegevoegd.
    Helaas stonden er wel wat fouten in: onder andere: "Wartensleven". waarschijnlijk heeft ze gedacht dat het hierbij om een typefout ging. De v en de b zitten immers naast elkaar! Ook wordt de indruk gewekt dat de afdeling Zaanstreek-Waterland uit slechts 36 leden bestaat. Overigens waren er 34 leden bij de stamreeksen betrokken in plaats van 36. En verder, ach, het belangrijkste was dat de lezer wist wat er op de Open Dag in het Buurthuis onder andere te zien zou zijn.

  • 20 april:
    Na maandenlang hard werken kon eindelijk de typemachine opgeborgen worden. Het boek was in zoverre klaar dat het nog slechts gekopieerd en ingebonden moest worden. Wat dat laatste betref: het in elkaar zetten van het 168 bladzijden tellende werkstuk was op zichzelf al een hele opgave!

  • 23 april:
    De door afd. Zaanstreek-Waterland georganiseerde bijeenkomst in zaal Vlaar aan de Koemarkt te Purmerend werd bijzonder goed bezocht. Klik hier voor het verslag.

  • 9 mei:
    De Open Dag. Het boek Gemeenschappelijke Afstamming, waaraan zo veel tijd en aandacht (Mededelingenblad afd. Zaanstreek-Waterland, Binnendijks, De Schakel) was besteed, was net op tijd voltooid. Het eerste exemplaar werd even over half twee aan mevr. Molenaar-Valk aangeboden. Twee medeleden, de heren O. Lunshof en K. Zijp, beide Beemsterling, waren de hele middag aanwezig en met z'n drieën stonden we de vele bezoekers te woord.
    Er was veel te zien: o.a. de trouwfoto van René en Margot, die allebei van Lucas Fransz. de Haes afstammen, luchtfoto's gemaakt boven het pand Purmerenderweg 18, een kopie van een kaart van Noord-Holland uit het jaar 1350, veel genealogie en foto's, waaronder van Ostfriesland.
    Een aantal mensen kwam hun gereserveerde exemplaar van "het boek" zelf ophalen. Zo kwam het dat de Open Dag niet alleen door mensen uit de Beemster en omliggende plaatsen werd bezocht, maar ook door andere, niet zo dichtbij wonenden: uit Zaandam, Wormerveer, Almere en Heemskerk.
    Inmiddels is alles weer opgeruimd en zit de Open Dag er weer op. Het was beslist een geslaagd gebeuren.

(juni 1991)


In chronologische volgorde

  • Zaterdag, 24 augustus 1991. Met mevr. Boogman op stap.
    Zie verder het Verslag hieronder.

  • Woensdag, 11 september 1991. De computer.
    Eindelijk was het dan zo ver. Na er maanden voor te hebben gespaard, zeg maar gerust jaren, arriveerde de computer uit Rotterdam. Het was in het begin wel even wennen, want hij is anders, uitgebreider dan het apparaat dat enige maanden in bruikleen op het bureau heeft gestaan. Hij is ook mooier qua uiterlijk. Toch betekent dit niet dat de typemachine nu aan de kant wordt geschoven. Zolang hij blijft functioneren zal hij worden gebruikt.

  • Zaterdag, 9 november 1991 "Koggenland" in de regio.
    De afdeling Koggenland organiseerde deze middag in het gemeentehuis Stedebroec in Bovenkarspel. Klik hier voor het verslag.
    Op zo'n dag ontmoet je veel mensen. De meesten ken je niet, omdat ze van een andere afdeling zijn. Wanneer iemand dan vertelt dat er in Hoorn een Binneblijfstraat is, genoemd naar een vroegere burgemeester, dan ga je later toch wel even kijken op de plattegrond van Hoorn. En ja hoor, daar ligt hij, als zijstraat van de Merensstraat, die weer uitkomt op de Koepoortsweg. Een straat, genoemd naar één van je voorouders! Toch jammer dat er geen reacties zijn gekomen op het stukje over deze burgemeester in De Schakel van september j.l.

  • Dinsdag, 12 november 1991. Lezing door dhr. J.J. Kaldenbach bij zaal Vlaar te Purmerend.
    Afd. Zaanstreek-Waterland organiseerde op deze avond een bijeenkomst waar een lezing werd gehouden over "De Koloniën van Weldadigheid".
    Klik hier voor het verslag.

(december 1991)



Bijzondere dagen in de zomer van 1990

  • 17 augustus:
    Een dag naar Doetinchem, naar mevr. Boogman. De stad Doetinchem heeft voor ons een grote historische waarde, omdat het een plaats is die een grote rol speelde in het leven van enige van onze voorouders. Zo trouwde Derkjan Diepenbroek er in 1781 met Aaltje Stoltenborch. Jammer genoeg is er van het oude Doetinchem niet veel meer over. De bombardementen in maart 1945 verwoestten een groot deel van de stad. Daarvoor in de plaats kwam uiteraard nieuwbouw. (...)
    We wandelden langs de plaats waar vroeger de Waterpoort was. Je stelt je dan voor hoe het er vroeger uitzag. Het eigenlijke stadje was niet zo groot, hoewel het ongetwijfeld groter was dan het niet ver van Doetinchem gelegen Bronkhorst. Als je een stad ook onder de monumenten mag rekenen, valt Bronkhorst daar zeker ook onder. Men noemt het wel: Het kleinste stadje van Nederland.
    De geschiedenis van het uit Oost-Duitsland afkomstige geslacht Boogman speelt zich voor een groot gedeelte af in Bronkhorst. Dat was dan ook de reden dat we daar naar toe gingen. Het kasteel dat er ooit stond werd meerdere malen belegerd, zoals ten tijde van de strijd tussen de Heekerens en de Bronckhorsten. In 1824 werd het gekocht door dhr. Ketjen, die het in 1828 liet afbreken.
    We brachten een bezoek aan De Gouden Leeuw, waar we wat gebruikten. De Gouden Leeuw was vroeger de woning van de burgemeester. Het was er erg gezellig. Het uitzicht was mooi en we praatten over van alles, onder het genot van een glaasje sherry. We liepen het hele stadje door, gingen even de kapel in, bekeken de verbrande resten van een huis waar een eenzame vrouw in had gewoond en bezochten het Hoge Huis, nu een kaasboerderij, maar tot omstreeks 1800 bekend als Ophemert.
    Evenals vorig jaar, toen we samen naar 's-Heerenbergh gingen, kunnen we ook nu weer op een bijzonder fijne dag terugzien. De kaas is inmiddels op, maar hij was heerlijk!

(september 1990)


Los van de grond

In de inmiddels afgelopen vakantie maakten we twee rondvluchten. De foto's die we maakten zijn vrijwel allemaal gelukt. Hier volgt het verslag:

De eerste vlucht vond plaats op 7 augustus. We stegen op bij Lelystad en vlogen richting Harderwijk, over het Veluwemeer en langs Elburg. We volgden de IJssel en zagen de steden Wijhe, Olst, Deventer en Zutphen ver beneden ons. Daarna vlogen we enige tijd boven de Oude IJssel. Na even om Doetinchem heen gecirkeld te zijn volgden we de autoweg en spoorbaan, kwamen langs Wehl, Didam en over Babberich, vlak langs de Duitse grens. We vlogen verder in westelijke richting, zagen de pr. Beatrix-sluis in Nieuwegein en wat naar het noorden de enorme waterpartijen bij Hilversum. Via Harderwijk kwamen we weer bij Lelystad, waar we precies 1 uur en 50 minuten nadat we waren opgestegen, landden.
  Je ziet ontzettend veel als je naar beneden kijkt: grasvelden, met door tractoren aangebrachte patronen, aardappelen- en bietenvelden die als stukken groen hoogpolig tapijt naast de op kokosmatten gelijkende graanvelden liggen, bossen, dorpen en steden met elk hun eigen kerk of soms zelfs meer dan één, de snelwegen, waar de auto's zich als speelgoed voortbewegen, de ene keer op grote afstand van elkaar, de andere keer bumper aan bumper. Mooi is het om de grillige loop van de rivieren te zien en de spoorlijnen die soms als een kaarsrechte lijn door het landschap werden getrokken, soms ook met een al dan niet flauwe bocht er in.
  De bewegingen beneden vertonen een grote overeenkomst met het gebeuren op een modelspoorbaan, alleen zijn de steden wat groter. Het is trouwens heel moeilijk om vanuit de lucht een stad te herkennen. Bronkhorst, bijvoorbeeld. Het kleinste stadje van Nederland. We moeten er over heen gevlogen zijn, maar we hebben het niet gezien. Het kasteel van Keppel was daarentegen wel goed herkenbaar.
  Een groot gebied rond Doetinchem heeft voor ons in genealogisch opzicht een bijzondere betekenis: veel voorouders woonden er.

De tweede vlucht maakten we een week later, op 14 augustus. Deze keer vlogen we richting Texel, waar we landden en koffie dronken bij het restaurant van het vliegveld. Daar konden we de verrichtingen van enige parachutisten gadeslaan.
  Na het vertrek van Texel (landingsbaan van gras) vlogen we over Noord-Holland. We hadden nu een kaart meegenomen om precies te kunnen zien waar we ons bevonden. Oudendijk vonden we dus op de plaats die ook op de kaart stond! Langzamerhand naderden we de Beemster. Ons huis kwam in beeld en werd opnieuw vastgelegd op de foto. Gelukkig zijn de foto's deze keer wel helemaal gelukt. We cirkelden over Purmerend, vlogen over de Zaan en enige keren rond Haaldersbroek, en over Zaandam, tot het tijd was om te vertrekken (het vliegtuig moest voor een bepaalde tijd terug in Lelystad zijn).
  Ruim op tijd landden we weer op de plaats van waar we opgestegen waren. Los van de grond deze keer: 1 uur en 55 minuten (het verblijf op Texel niet meegerekend).

Het waren twee mooie rondvluchten en we gaan dan ook zeker nog wel eens een keer!

H.S.-B.

(september 1991)


Een dagje Doetinchem

  • Zaterdag, 24 augustus 1991. Met mevr. Boogman op stap.
    Het was redelijk weer, die dag. Voor de derde keer trokken we er samen op uit, na bij haar thuis eerst een kopje koffie te hebben gedronken.
    's Morgens maakten we een fietstochtje door de prachtige omgeving van Doetinchem, waarbij we ook langs de plek kwamen waar Jurrien Diepenbroek ooit zijn boerderij had, aan de Koekendaalseweg in buurtschap Oosseld. Het is er heel mooi en op de fiets zie je nog meer dan met de bus.
    In een restaurant vlakbij het station aten we een uitsmijter, ondertussen pratend over van alles en nog wat. Omdat praten met een volle mond lastig is moesten we ons toch nog haasten, als we tenminste de bus nog wilden halen.
    Nog ruimschoots op tijd stapten we in de bus, die ons naar de op Duits grondgebied gelegen, stad Emmerich bracht. Daar maakten we een wandeling langs de Rijn.
    Dit moet de stad zijn waar Erik z'n oma haar naam aan te danken heeft. Teneinde dit aan te tonen werd op 8 oktober j.l. in het gemeentearchief van Amsterdam gezocht naar de doop van haar oudst bekende voorvader: Jacobus Emmerig. Hij werd gedoopt op 15 maart 1786 (R.K.), als zoon van George Joseph Emmerig en Anna Maria Elisabeth Huslo (zie ook De Schakel van sept. 1990, blz. 7). Niets wijst er echter op dat zijn voorouders inderdaad uit deze stad kwamen. Alleen de naam dan. Maar wie weet, misschien vinden we ooit nog wel eens een aanwijzing.
    Verder bekeken we de St. Martini-kerk, zowel van buiten als van binnen. Het was heel indrukwekkend. Binnen werden ook ansichtkaarten verkocht, waarop de kerk staat afgebeeld.
    Evenals vorig jaar, en het jaar daarvoor, namen we na een bijzonder geslaagde dag op het station afscheid van elkaar. En dan te bedenken dat we elkaar waarschijnlijk nooit hadden leren kennen als in januari 1989 niet die ene vraag (nr. 447) in Gens Nostra werd gepubliceerd. Zo zie je maar weer!

(december 1991)


Bezoek aan Heineken brouwerij

(De tekst is hier en daar aangepast.)

Drankgebruik is iets dat reeds vele eeuwen een grote rol speelt in de samenleving. Wanneer we de geschiedenis van ons voorgeslacht bekijken, komen we daar verschillende personen bij tegen die op de een of andere manier iets met drank te maken hadden.

Jacob Jansz. de Wit (nr. 3896 in kwartierstaat Hart-Sinkeldam), die leefde van 1657 tot 1731, was wijntapper en -verkoper in "De Bonte Os" te Jisp. Lucas Fransz. de Haes (nr. 15608), tot 1661 schout te Wormer, was een zeer frequent gebruiker van alcoholische dranken. Van Aldert Hendriksz. van Brederode (nr. 3916) weten we dat hij herbergier was in het te Schoorl staande "Huijs te Brederode". Ook hij zal zijn gasten ongetwijfeld naar behoren hebben bediend en hen een glas met het een of ander hebben voorgezet. Dan was er nog Arian Sinkeldam, voorkomend in genealogie Sinkeldam en Beemsterling van geboorte, was kroeghouder te Graft. Zijn vrouw, Grietje Schouten, was daar tapster.

En wat tappen we zelf met Kerst, met Oud en Nieuw, met verjaardagen, of zo maar eens? Sommigen houden het bij frisdrank of koffie, terwijl anderen kiezen voor een glaasje wijn, een glas bier of een ander drankje. In een enkel geval misschien zelfs wel wat teveel! Maar als je toch niet meer hoeft te rijden is dat toch niet zo erg?

Op 3 januari 1992 werd, op uitnodiging van dhr. A. Sinkeldam (hij stamt af van voornoemde Arian Sinkeldam en is werkzaam bij Heineken), een bezoek gebracht aan de Heineken Brouwerij te Amsterdam. Het is heel interessant om te zien hoe nu zo'n drankje gefabriceerd wordt en met welk een enorme installatie dit geschiedt.

De rondleiding gebeurde in het Engels, maar was met het MULO-Engels anno 1965, aangevuld met een jarenlange ervaring als TV-kijker, heel goed te volgen, ondanks het hoge tempo waarin de gids, een jonge vrouw, haar verhaal vertelde. Begonnen werd met de geschiedenis van de brouwerij. Op 16 december 1863 kocht Gerard Adriaan Heineken de uit 1592 daterende brouwerij De Hooiberg, gelegen aan de Nieuwezijds Voorburgwal. Wegens de enorme toename van de afzet werd deze al gauw te klein, zodat men reeds na enkele jaren met de bouw van een nieuwe brouwerij begon. Tot voor enige jaren terug werd in die nieuwe brouwerij het bier gebrouwen. Nu is het Heineken Ontvangstcentrum er gevestigd.

Ze vertelde dat het bierbrouwen niet iets is van de laatste eeuwen, maar dat er in de oudheid ook al gebrouwen werd. Zo is bekend dat de Sumeriërs in Mesopotamië zo'n 4000 jaar vóór Chr. al bier dronken en dat ook zelf maakten. De manier waarop het brouwen destijds gebeurde is heden ten dagen wel wat veranderd en verbeterd, maar het principe is ongewijzigd gebleven. In het brouwhuis werd een uitleg gegeven over de verschillende fasen van de bierbereiding. Er staan enige imposante ketels, die de namen beslagkuip, brouwketel, klaringskuip en wortketel dragen. Dan zijn er ook nog de lagertanks, waarin het bier enige weken moet rijpen. Hoe dan ook, het hele fabricageproces werd uitgelegd, tot en met het verdwijnen van het eindproduct in flessen en de afvoer ervan naar de consument.

Ook de stallen waren in de rondleiding opgenomen. De prachtige zwarte paarden dragen de namen Freddy, Johan, Han, Hans en Ge. De namen van de andere paarden waren vanaf de plaats waar we stonden helaas niet te lezen. Verder kon een blik worden geworpen in een nagebouwde kuiperij en een café van vele tientallen jaren geleden, compleet met oude, vergeelde krant. Aan het einde van de rondleiding werd de gelegenheid geboden bier te proeven en (bijna) iedereen maakte daar gebruik van.

De derde januari was een heel bijzondere dag. Dat kwam niet alleen door het bezoeken van de voormalige brouwerij, maar ook door de kennismaking met een familielid. Als je elkaar al verschillende keren door de telefoon hebt gesproken, ga je je toch afvragen welk gezicht er bij de stem hoort. En dat weten we nu.


Ad Sinkeldam overleed te Amsterdam op 23 september 2002.

(februari 1992)


De genealogische dag

Op 20 mei 1995 werd te Haarlem de Landelijke Genealogische Dag gehouden. Een interessant gebeuren, zeker als je weet dat de dag in de Gravenzaal afgesloten zal worden. Daar zou in oktober ook het huwelijk van Ellen en Gino voltrokken worden en dat was dan ook de aanleiding om aan deze dag deel te nemen. Verder is het natuurlijk heel leuk om medeleden te ontmoeten, mensen waar je soms mee hebt geschreven, of die je van naam kent maar nog nooit in het echt hebt gezien. Je maakt dan kennis met elkaar en er ontstaan leuke gesprekken.

In Gens Nostra heeft al een verslag van deze dag gestaan, dus het heeft weinig zin daar hier nog verder op in te gaan. Toch is het wel interessant om eens na te gaan waarom voor dit gebeuren de stad Haarlem werd uitgekozen. Eigenlijk is de reden daarvoor heel gewoon dat Haarlem in 1995 zijn 750-ste verjaardag vierde, althans als stad. Met een huwelijk in het vooruitzicht ga je dan naar de bibliotheek en zoekt een boek over de geschiedenis van de stad.

Het was op 23 november 1245 dat graaf Willem II van Holland stadsrechten verleende aan Haarlem. Kort daarna, omstreeks 1250, liet hij er een slot bouwen. De graaf had in de uitgestrekte bossen en duinen een rijk jachtgebied. Als de jacht was afgelopen kwam hij met zijn genodigden dikwijls voor feesten en ontvangsten samen in een zaal van het grafelijk slot, de Gravenzaal.

Het jaar 1245 mag dan wel het begin zijn geweest van de stad Haarlem, het is niet het begin van de plaats als zodanig. In de elfde eeuw reeds had zich op 't Sant (de huidige Grote Markt) een grafelijk centrum (vroonhoeve) ontwikkeld, die in de twaalfde eeuw uitgroeide tot een landsheerlijk landbouwbedrijf. Binnen dit versterkte complex ontstond een nederzetting: de latere stad Haarlem.

Nauwelijks honderd jaar na de bouw werd het slot door brand verwoest. Heel jammer natuurlijk, maar ach, zulke dingen gebeuren. Het werd dan ook weer volledig herbouwd! Al meer dan zes eeuwen is het nu als stadhuis in gebruik.

De huidige Gravenzaal is het oudste en tevens het voornaamste vertrek in het Haarlemse stadhuis. De zaal is erg mooi. Er hangen portretten van de graven van Holland en zo'n kleine honderd brandende kaarsen zorgden bij de afsluiting van de Genealogische Dag voor een heel aparte sfeer. Er werd verteld over de geschiedenis van het stadhuis, de ramen, de graven, enzovoorts. En daar sta je dan, met een glas wijn in de hand. Je maakt nog even een praatje met de burgemeester en vertelt hem dat je dochter in oktober in zijn mooie stad gaat trouwen. En dan is het afgelopen. Het was een heerlijke dag, waar velen met vreugde op terug zullen zien.

Toch is er nog iets dat even vermeld moet worden: de prachtige wandeling die we door oud Haarlem maakten (de routebeschrijving blijft uiteraard bewaard). Toen we uit een straat kwamen, langs een boekwinkel, prijkte daar in de etalage een foto van Emile Ratelband, met de mededeling dat hij de woensdag daarop bij die betreffende winkel aanwezig zou zijn om zijn boek TSJAKKAA! aan het publiek te presenteren. Het boek is inmiddels overal te koop.


25 jaar voor de klas

Men bekijkt de meester of de juf dikwijls met een gevoel van afgunst. Zo lang vakantie en dan nog zeuren! Dat er een zware taak op de schouders van het onderwijzend personeel rust, ach, daar staat men nauwelijks bij stil. Kinderen zijn lang niet altijd even gemakkelijk in de omgang, ze scheppen er soms een groot behagen in om de meester of de juf uit te proberen, die zich dan altijd maar moet zien te beheersen.... Maar goed. Voor Dea was het al heel vroeg zeker dat zij juf zou worden. Iets anders bestond er gewoon niet.

Al op zeer jonge leeftijd begon zij te oefenen. Dat deed ze met Martha, Pepita, Erika, Marjolein en natuurlijk met Josefientje, de pop van haar zus. Die werd dan altijd boos, omdat zij er dan juist zelf mee wilde spelen. Dat was dus dikwijls de aanleiding voor gekibbel. Maar het ergste was nog wel dat Josefientje haar best niet deed. Juf Dea gaf haar dan ook een dikke NUL! Nee, dan Grozematje, dat was toch zo'n goeie leerling, die verdiende wel een DUIZEND! (of was het een miljoen?)

Hoe het ook zij, in 1967 begon Dea met haar opleiding voor onderwijzeres aan de Kweekschool in Alkmaar en vijf jaar later studeerde ze af met mooie cijfers. Al gauw stond ze voor de klas: eerst op de L.O.M.-school te Koog aan de Zaan, later op een school in Hellevoetsluis.

We zijn inmiddels 25 jaar verder en nu, op 17 juli j.l., vierde zij haar jubileum met collega's, oud-collega's en met haar man, ouders en schoonouders. Het werd een mooie, toch ook emotionele dag.

"Het doet je wel wat als je merkt dat één van je collega's 's ochtends vroeg langs alle bushaltes vanaf Spijkenisse tot aan Hellevoetsluis is gereden om je portret op te plakken! Als je dan door een haag zingende kinderen heen loopt en in hun blije gezichten kijkt voel je je net de koningin! Eigenlijk kan de dag dan al niet meer stuk!!! De grootste verrassing kwam toen wij met het hele team ('t was net een schoolreisje!) naar het schoolmuseum in Rotterdam gingen, waar ook Sjaak en de wederzijdse ouders waren. De rondleiding eindigde in een oud ingericht klasje waar de directeur allerlei grappige dingen uit het verleden vertelde. Groot was m'n verrassing toen daar plotseling vier oud-collega's van m'n vorige school verschenen. Dat had ik absoluut niet verwacht! Zij wisten nog enkele dingen te vertellen die mijn huidige team lachend herkende! Ik blijk dus in wezen niet zo veranderd te zijn! Met z'n allen gingen we bij de oude haven nog wat drinken en natuurlijk bijpraten. Toen werd het voor m'n collega's tijd om weer naar Hellevoetsluis te gaan. We namen uitgebreid afscheid. Ze hebben me een ongelooflijk mooie dag bezorgd! Het mooiste vind ik dat ze dit allemaal voor me over hebben gehad. Het zijn stuk voor stuk schatten! Dit geeft weer moed om door te gaan, want soms twijfel je wel eens aan jezelf. Fijn is het dan als je collega's hebt die met je meeleven en in wier hart je een plekje blijkt te hebben!", aldus Dea. "Het was een dag om nog lang op terug te kijken."

(augustus 1997)


Een bijzondere verjaardag

Oost-Gelderse Contactdag voor Genealogie, Boerderij- en Streekgeschiedenis, 20 september 1997 te Bredevoort. Verslag van een heel bijzonder, onvergetelijk weekend.


" Als je een poosje telefonisch en/of schrijftelijk met iemand contact hebt is het leuk om na verloop van tijd elkaar eens te ontmoeten. Als je dan wat afspreekt en het lukt steeds maar niet dan blijf je zoeken, net zo lang tot je een mogelijkheid hebt gevonden. Wat mevr. Jenny H. te Neede betreft deed die mogelijkheid zich dit weekend voor. Ik ging er heen op vrijdagavond en vertrok weer op zondagmiddag. De zaterdag gingen we met z'n drieën (haar man reed de auto) naar Bredevoort, om naar de contactdag te gaan. Een heel weekend van huis, los van het dagelijks gebeuren en er even helemaal uit. Als je dan weer thuis bent lijkt alles wat er de vorige week is gebeurd zo lang geleden. Je moet weer echt even je best doen om de draad weer op te pakken. Maar goed, dat heb ik gedaan en ik heb er het een en ander van opgeschreven.

Ik vertrok vrijdagavond om even voor half zeven van huis. Mijn man en Dennis brachten me naar het station, waar Ellen na een paar minuten uit de trein van Zaandam stapte. Ze had 's middags al opgebeld om te vragen hoe laat ik precies zou gaan, want ze wilde een stukje met me meereizen. Ellen en ik stapten samen in de trein, die om twaalf voor zeven vertrok. Tot Zaandam had ik een enkeltje, daarna zou mijn weekendretour ingaan. In de trein kreeg ik van Ellen alvast iets voor mijn verjaardag: een mooie kaart, die ik pas de volgende morgen mocht openmaken, en een pakje sultana's, om onderweg op te eten. Zij stapte in Zaandam weer uit, want om zeven uur eindigde voor haar de geldigheid van de OV. Voor mij ging op dat moment mijn weekendretour in.

De reis verliep voorspoedig. Van Amsterdam naar Arnhem zat ik in een Duitse trein, in een coupé met twee Duitse mannen. Maar goed, ik had een puzzelboekje bij me, dus ik verveelde me niet.

Ik had me de hele dag al zenuwachtig lopen maken over wat er allemaal verkeerd kon gaan. Onzin natuurlijk, maar het ging gewoon vanzelf. Stel dat ik ergens een aansluiting zou missen, in een verkeerde trein zou stappen of dat er niemand zou zijn om me af te halen. Natuurlijk had ik wel een telefoonkaart bij me en het telefoonnummer van de fam. H., maar wat heb je aan een telefoonkaart als de gleuf van het toestel is afgeplakt (ik had er die week daarvoor juist een stukje over gelezen). Maar het was allemaal niet nodig geweest om me daar zo over op te winden, want op het perron van Ruurlo stond meneer H. me om zeven voor half tien op te wachten. Hij droeg mijn tas naar de auto en al pratend reden we naar hun huis. Hem had ik vorig jaar al ontmoet, toen we tijdens onze korte vakantie in Hoenderloo zomaar eens langs waren gegaan. Zijn vrouw Jenny was toen echter niet thuis. Dus de ontmoeting met haar was helemaal nieuw.

Slapen in een ander bed, in een ander huis. Vreemd, maar het lukte toch om in slaap te vallen. De volgende morgen vertrokken we naar Bredevoort, een enig plaatsje, ook wel bekend als de Boekenstad. Er zijn boeken op vrijwel elk gebied verkrijgbaar, en ook oude schoolplaten. U weet wel, die vroeger in de klas hingen. Niet alleen binnen, maar ook buiten lag de koopwaar op de marktkramen uitgestald, wachtend op een volgende eigenaar.

Volgend jaar bestaat Bredevoort Boekenstad 5 jaar. Dat zal gevierd worden met een bijzondere lustrum-week, van 24 tot 29 augustus. Dus, wie dan toevallig die kant op moet weet waar hij terecht kan.

Maar goed, we kwamen voor de contactdag. In Ons Huis waren twee zalen in gebruik. Voorin een van beide zalen stond Yvette Hoitink, met zeer interessante informatie over Internet. Ze demon-streerde hoe het allemaal werkte en verkocht een boekje over het betreffende onderwerp. Het kostte slechts vijf gulden en ik heb er dus een exemplaar van gekocht. Er staat o.a. in hoe je een homepage moet maken. Nu heb ik zelf mijn abonnement wel net opgezegd, maar als ik er weer eens mee wil beginnen bij een andere provider kan ik het in ieder geval wel eens uitproberen.

Bij de NGV afdeling Achterhoek vertelde ik dat ik bezig was met de oudste generaties van het geslacht Ratelband. Ze verwezen me naar het OTGB, waar een stukje over dit geslacht in had gestaan. Maar dat had ik zelf geschreven, dus daar schoot ik ook niet echt mee op. Hetzelfde overkwam me bij de stand van het CBG, waar ik even in de laatste aanvulling van het Genealogisch Repertorium keek. Misschien waren er nog publicaties over de geslachten Sinkeldam en Ratelband waar ik niets van wist. De beide namen kwamen er inderdaad in voor. Ze verwezen naar het boek Gemeenschappelijke Afstamming en het mededelingenblad van afd. Zaanstreek-Waterland.

Bij het Heimatverein Barlo informeerde ik naar de naam Ratelband, omdat deze immers ook in Anholt voorkomt (ca. 1600). Behalve dat het een leuk gesprek was (in het Duits) leverde het niet veel op. Het archief in Anholt, op een kasteel, is in particuliere handen, maar je kunt door het schrijven van een briefje een afspraak voor onderzoek maken. In het archief zelf kunnen geen fotocopieën worden gemaakt, dus je moet er alles zelf kopiëren. Dat lijkt me heel moeilijk, want het oude Duitse schrift is al zo moeilijk te lezen. Van de naam Ratelband had hij in ieder geval nog nooit gehoord.

Afdeling Twente was ook present. Daar vroeg ik of iemand mij kon helpen aan gegevens over het geslacht Sinkeldam (of Senkeldam). Op de computer werd gekeken of er iemand was die met dit onderzoek bezig was en, ja hoor, dhr. Lichtenberg uit Alteveer kwam daarbij uit het bestand naar voren. Ik kreeg het adres en ik ga hem een briefje schrijven. (Dat is inmiddels gebeurd maar heeft niets nieuws opgeleverd).

Mevr. H. bracht lange tijd door bij de stand van Mosaik, Bezirksgruppe Kleve. Ze sprak met dhr. Berenbroek, uit Nijmegen, de voorzitter. Misschien heeft hij ook wel nadere aanwijzingen met betrekking tot de herkomst van het geslacht Ratelband. Een briefje of een telefoontje naar hem zou misschien wel nuttig zijn.

Verder was er ook een stand van de Stichting Gelders Oudheidkundig Contact. Daar mocht ik een paar exemplaren van Gelders Erfgoed meenemen. Jan Diebrink vertegenwoordigde op de Contactdag Haza-Data. Zijn naam kom je regelmatig tegen in Haza-Nieuws. Hij is een goede bekende (en tevens familie) van mevr. H. Leuk om nu eens kennis met hem te maken.

20 september was ook mijn verjaardag. 's Avonds aten we bij de overburen, die een eetcafé hebben. Het was mooi verzorgd, erg lekker en heel gezellig. We deden er lang over. En we hebben ondertussen heel wat afgepraat.

Zondagmorgen even over half negen stapten we weer in de auto. We gingen naar Winterswijk, om een bezoek te brengen aan de steengroeven. Tot de dag tevoren wist ik van het bestaan daarvan niet af. Over het land lag hier en daar een witte glans. Had het soms licht gevroren? Het was in de steengroeve ook erg koud, hoewel de zon al scheen. Na de steengroeven bekeken te hebben brachten we ook nog een kort bezoek aan het even over de grens gelegen plaatsje Zwillbrock, waar we door het glas in de deur van de kerk naar binnen keken. De kerkdienst was nog aan de gang dus we gingen weer weg, terug naar Neede. Het landschap waar we doorheen reden was heel mooi, soms glooiend, met veel maisvelden. Ik zou hier best mijn vakantie eens door willen brengen.

Bij de fam. H. thuis aten we nog soep en toen was dan toch echt het moment aangebroken om weer naar huis te gaan. Ik zocht mijn spulletjes bij elkaar en had toch de indruk dat mijn tas, ondanks het feit dat de koeken er uit waren (die had ik meegenomen om op mijn verjaardag te kunnen tracteren), voller was. En dat was ook zo, want ik had o.a. een bewaarband voor het blad Genealogie van het CBG gekocht. Meneer H. bracht me weg, naar het station. Er was nog wat tijd over om te praten, maar toen kwam daar echt de trein, en het afscheid. Het was een zeer bijzonder weekend en een onvergetelijke verjaardag. "


Hanny Sinkeldam, maandag 22 september.

(november 1997)


|De Schakel| |Inhoudsopgave| |Terug naar de startpagina|