Bezoek aan een historische plaats



Op zaterdagmiddag 9 september 1989 belde mevr. Boogman op om een afspraak te maken voor een dagje Doetinchem. We zouden de omgeving gaan bekijken, zoals de kerk en het kerkhof te Hummelo, om een indruk te krijgen van de omgeving waar onze voorouders hebben geleefd. 's Middags zouden we naar 's-Heerenberg gaan om Huis Bergh te bezichtigen, waar om twee uur een rondleiding begon. Er werd afgesproken dat dit alles zou plaatsvinden op zaterdag 16 september, als het weer tenminste goed was. Anders zouden we het een week, eventueel twee weken uitstellen.

Hoewel het weer niet geweldig was, besloten we toch maar het op de afgesproken dag te laten gebeuren. In de Beemster was het in ieder geval redelijk, hoewel er een harde wind stond. Daar merk je in de trein echter niets van.

De reis naar Doetinchem verliep vlot: de treinen reden keurig op tijd. Het enige vervelende was dat er tussen Amsterdam en Utrecht geen zitplaatsen waren, tenminste niet in een coupé. Dat kwam doordat er op deze dag een Kerkedag gehouden werd te Utrecht, waar kennelijk veel mensen naar toe gingen. Dus dan maar in het halletje, vlak bij de deur. Toen de Kerkedag-gangers in Utrecht uitgestapt waren, was er ruimte over.

Om negen over tien kwam de trein aan in Doetinchem. Mevrouw Boogman stond al te wachten. Na de kennismaking (we kenden elkaar ongeveer een half jaar uit brieven en telefoongesprekken), die bijzonder plezierig was, dronken we wat in het restaurant tegenover het station. Daarna stapten we in de bus, die ons naar Hummelo moest brengen. Jammer genoeg was het gaan regenen, maar gelukkig had zij een paraplu bij zich.

Het kerkhof, gezien vanuit de kerk Over een smal paadje door het veld begaven we ons naar het plaatsje Hoog-Keppel (Hummelo). Ondanks de paraplu kregen we natte voeten, maar dat hinderde niet. Dat zou wel weer opdrogen. Een ander vindt het misschien vreemd, om niet te zeggen luguber, om op een vreemd kerkhof rond te kijken. Misschien zijn er wel mensen die denken dat een genealoog een soort grafsteentoerist is. Dat is echter beslist niet waar. We wandelden tussen de graven door en lazen op grafstenen namen als Diepenbroek, Ratelband en nog meer namen die ook in de kwartierstaat voorkomen. Het geeft je wel een vreemd gevoel daar zo tussenin te staan.

Ondanks de regen was de tuinman die morgen aan het werk gegaan. Inmiddels was hij klaar met z'n werk en zou juist op de fiets stappen. Mevr. Boogman liep snel naar hem toe en vroeg of we misschien de kerk even in mochten (hij is niet alleen tuinman, hij is tevens de koster van de kerk).

"Natuurlijk, als ik de deur voor u open doe!" zei hij vriendelijk, met een zwaar Achterhoeks accent. We volgden hem naar binnen, de kerk in. Daar konden we rondkijken en foto's maken. Hoewel de kerk niet groot is, staat er wel een pijporgel in. De kerk is van de Hervormde Gemeente Oldenkeppel. Het is een pseudo-gotische basiliek, waarvan de zijbeuken destijds zijn gesloopt. Alleen de toren van een voorafgaande kerk, waarvan de oudste vermelding dateert uit 1310, is bewaard gebleven.

Het interieur van de kerk Wat deze kerk voor ons zo bijzonder maakt is het feit dat Garritjen Hartong haar drie kinderen hier liet dopen. Johannes was het eerste kind, weliswaar buiten huwelijk geboren, maar de vader, Zwerius Ratelband, erkende het kind als het zijne en beloofde met de moeder te zullen trouwen "als hij mogt weerom komen". Hij was op dat moment namelijk korporaal (onder het regiment Wartensleben). Van het tweede kind (Derk) was hij niet de vader. Garritjen was overvallen door enige soldaten "bij gelegentheit der keyserlijke inkwartiering" en ze kon dus geen vader aanwijzen. Catharina Helena, het derde kind, was wel een dochter van Zwerius. Garritjen Hartong stierf in 1828 te Hummelo. Ook Johannes Ratelband en zijn vrouw Reindjen Diepenbroek stierven in Hummelo en werden op het kerkhof begraven. Hun graven zijn er nu niet meer, omdat deze vele jaren geleden zijn geruimd.

Op de terugweg liepen we weer over de Panhuisbrink, waar op nr. 1 het gemeentehuis staat. Omdat er nog wat tijd over was voordat de bus terugging naar Doetinchem, gingen we het café in. We dronken koffie en aten er een broodje met ham bij. Het smaakte allemaal verrukkelijk. We stapten weer in de bus en reden terug naar Doetinchem, waar we meteen overstapten op de bus naar 's-Heerenberg. Gelukkig was het inmiddels droog geworden.

's-Heerenberg is een enig stadje. Het was nog geen twee uur en er was nog tijd genoeg om even wat te eten en te drinken. Deze keer werd het tomatensoep en een broodje met kroket. Ook dat gaat er wel in als je al vanaf half acht op pad bent.

De ingang Om precies twee uur begon de rondleiding bij het kasteel. De gids begon met te vertellen wanneer het kasteel ongeveer was gebouwd, verbrand, herbouwd enzovoorts. De toren steekt enige tientallen meters boven de grond uit en veertien meter zit er onder de grond. Het geheel rust op palen van eikenhout, steunend op leer. De ankerletters H-G-Z-D-B-M-M-V-B stellen de eerste letters voor van de namen van de heer van Bergh en zijn vrouw.

Terwijl de kasteelvrouwe met haar hond de trap op ging en uit het zicht verdween luisterden wij naar wat de gids verder te vertellen had. Toen beklommen ook wij de trap en kwamen in de ingangshal, waar net om de hoek een hondenmand stond en een lege voerbak. De hond heette waarschijnlijk gewoon HOND, want die naam stond er op.

Huis Bergh is een prachtig kasteel. We zagen er de bibliotheek, de troonzaal en nog een aantal andere zalen. In de wapenkamer konden we een maliënkolder van dichtbij bekijken. Het bestaat geheel uit ringetjes van circa 8 mm doorsnee. Wat een werk moet het zijn geweest om daar zo'n kledingstuk van te maken! Ook aan het schild werd zeer veel aandacht besteed. Het is niet zomaar een stuk ijzer, maar het hele schild is gegraveerd met afbeeldingen. De harnassen waren zo zwaar dat de ridder niet zelf op zijn paard kon stappen. Hij moest daarbij geholpen worden. Kwam hij in de strijd ten val, dan was hij machteloos.

Via een smalle trap kwamen we op de toren, vanwaar je een prachtig uitzicht hebt op de omgeving. De gids wees aan waar Montferland ligt. Zou daar ooit het legendarische Uplade hebben gestaan? Daar ergens speelde zich het verhaal van Balderik en Adela af.

Er was zoveel te zien, dat het teveel zou zijn om alles in dit verslag op te nemen. Huis Bergh heeft een prachtig boek uitgegeven, waarin de hele collectie wordt beschreven. De archieftoren is helaas niet voor publiek toegankelijk. Zelfs de gids was er nooit in geweest.

Het was tijd om terug te gaan. Als de zon schijnt ziet alles er anders uit. Je krijgt dan nog veel beter een beeld van het land waar je voorouders woonden en werkten. Daar ergens werd Garritjen overvallen en verkracht. Het is allemaal lang geleden, maar wel echt gebeurd. Nu maakt het deel uit van onze geschiedenis.

De boerderij Stoltenborg, waaraan de gelijknamige familienaam werd ontleend, staat er nog steeds. Hij is nog bewoond, maar we hadden geen tijd meer om daar naar toe te gaan. Een zaterdag is eigenlijk te kort om alles te zien.

Bij mevr. Boogman thuis bogen we ons nog even over de genealogie om daarna de dag af te sluiten met een bak soep en wat brood, een gezamenlijke wandeling naar het station en het afscheid. Het was een heerlijke dag.


Het bleef niet bij die ene keer. Er volgden daarna nog verschillende reisjes per trein naar Doetinchem.


Terug naar boven