Een waarschuwing in Gens Nostra – Bibliotheek – Inhoudsopgave
Het gebeurde op een dag ergens in 1999. Mijn aandacht werd getrokken door de inhoud van een boek (daarover straks meer) waar ik maar moeilijk van los
kon komen. Hoe kwam dat zo? Was het enkel genealogische belangstelling? Of misschien toch een beetje een gevoel van sensatie? Hoe dan ook, ik heb besloten
mijn verhaal toch maar te vertellen. En als u verder leest begrijpt u vast wel waarom ik er zo door werd geboeid en tegelijkertijd zo door in verwarring
werd gebracht.
Op bladzijde 374 van het blad X-factor (nummer 14) staat een korte beschrijving van het boek The Holy Blood and the Holy
Grail. De schrijvers van dit boek (Michael Baigent, Richard Leigh en Henry Lincoln) geven hierin een onthutsend nieuw licht op de oorsprong van het
christendom. De mogelijkheid komt aan de orde dat Jezus getrouwd was met Maria Magdalena. Enige tijd na de Kruisiging werd zij, met tenminste
één kind, uit Palestina naar Frankrijk gesmokkeld. Nakomelingen van Jezus trouwden met Franse koningskinderen en zo werd het Merovingische
vorstenhuis gevormd. Al met al een zeer gedurfde bewering! Genealogisch interessant, hoewel vast niet te bewijzen. En zeer sensationeel, want de
gedachte dat het bloed van Jezus door moderne menselijke aderen stroomt, nee, dat is vrijwel omvoorstelbaar. Maar toch.
Niet lang daarna zag ik de Nederlandse versie van bovenvermeld boek staan in de bibliotheek en ik nam het mee naar huis. Het was een dik boek en snel
bladerde ik het thuis even door. Ogenblikkelijk viel mijn oog op de naam Eustachius II, graaf van Boulogne. Ik keek verder en kon er al gauw
een behoorlijke stamreeks uit afleiden. Hij begint met nummer 1:
Merovech, Frankische leider in 417, die van Sicambrische afkomst was. En hij eindigt met nummer 31: Mathilde, die met Stephanus, koning van Engeland, trouwde.Dit echtpaar ben ik jaren geleden ook tegengekomen toen ik bezig was met het onderzoek naar het voorgeslacht van Neeltje Hendriks Brederode, dat teruggaat tot in de vroege Middeleeuwen.
In het boek Kwartierstaat Brederode-Valkenburg gaan de oudste gegevens terug tot Guntiarius, koning van de Bourgondiërs (411-436). Stephanus en Mathilde komen in dit fraai uitgevoerde boek voor onder de nummers 430 en 431.
Even terug naar "The Holy Blood and the Holy Grail". Of het allemaal klopt? Geen idee! En ik zou niet weten hoe ik het zou moeten controleren. Maar het zijn wel namen die ook in mijn voorgeslacht voorkomen. En dat maakt het wel extra spannend ... Zie ook de reeksen Brederode, elders op de website.
In de ECI-gids van het tweede kwartaal van 1999 stond dit boek aangekondigd als het vervolg op "Het Heilige Bloed en de Heilige Graal". Reden genoeg dus
om het aan te schaffen. Maar liefst 528 bladzijden telt het boek (inclusief noten, bronvermelding enz.), en het was binnen een week uit!
Het boek, geschreven door de Schotse genealoog Laurence Gardner, geeft in een aantal genealogische overzichten zeer veel gegevens die ons terug
voeren tot ver voor het begin van de jaartelling. Het is geschreven "voor de onbevooroordeelde en nieuwsgierige lezer" en het feit dat de heer Gardner
genealoog is, wekt een zeer betrouwbare indruk. De reeks die uit het eerder gelezen boek was afgeleid bleek niet helemaal te kloppen, maar daar stond
tegenover dat de afstamming veel verder terugging dan ik me ooit had kunnen voorstellen.
De schrijver maakte gebruik van zeer veel bronnen, waarvan de namen achter in het boek zijn opgenomen. Een indrukwekkende lijst. Hoe omvangrijker het
notenpakket en hoe uitgebreider de literatuuropgave, des te wetenschappelijker en daardoor geloofwaardiger komt het boek op de lezer over. Je kunt immers
alles controleren. Maar zeg nu zelf: wie doet dat? Ik niet in ieder geval! Toch zou het geen kwaad kunnen om dit eens te doen.
Alexander Schick deed het wèl. Hij becommentarieerde o.a. enige boeken van Baigent en Leigh (over de Dode-Zeerollen en over het leven van Jezus)
in het boek "Fascinerende feiten over Qumran", dat in 1998 verscheen. Ze worden genadeloos bekritiseerd, volkomen onderuit gehaald. Hij omschrijft de
betreffende publicaties als pseudo-wetenschappelijk en destructief ("nog de mildste karakteriseringen van dergelijke minderwaardige publicaties"). Het is
natuurlijk ook moeilijk te verteren dat Jezus de kruisiging zou hebben overleefd en zelfs nog nageslacht verwekt zou hebben. Ook Barbara Thiering, wier
boek "Jesus the Man" eveneens in de bronvermelding werd opgenomen, krijgt het zwaar te verduren ("Zij presteert het zelfs ..." en dat kan nooit positief
bedoeld zijn!).
Het boek heeft me heel lang beziggehouden. Het is en blijft een fantastisch boek en mocht iemand er ooit in slagen het bewijs te leveren voor de
genealogische stellingen, dan houd ik mij van harte aanbevolen. (Zie ook: Een waarschuwing in Gens Nostra.)
Een van de bronnen waaruit Laurence Gardner zijn gegevens heeft geput is het boek dat aartsbisschop Raban Maar (776-856) vele eeuwen geleden schreef over het leven van Maria Magdalena. Hierin beschreef hij hoe Maria, Martha en de anderen "...de kust van Azië verlieten en met een gunstige oostenwind over de Zee tussen Europa en Afrika voeren en daarbij de stad Rome en geheel Italië aan hun rechterhand lieten liggen. Vervolgens zetten ze koers naar rechts en kwamen in de stad Marseille in de Gallische provincie Vienne, waar de rivier de Rhône de kust bereikt". Daar scheidden zich hun wegen. Dit alles moet hebben plaatsgevonden in het jaar 44, enige jaren na de kruisiging, toen Maria Magdalena in verwachting was van haar derde kind. (Raban Maar was aartsbisschop van Mainz en Abbé van Fuld.)
Kardinaal Baronius beschreef de eerste reis van Jozef van Arimatea naar Engeland. Deze vond plaats nadat Jozef door het sanhedrin na de kruisiging was aangehouden (Annales Ecclesiasticae, 1601). Een oudere bron is De Excidio Britanniae, door kroniekschrijver Gildas III (516-517). De vroege apostolische reizen werden ook beschreven door Eusebius, bisschop van Caesarea (260-340) in De Demonstratione Evangelii: "De apostelen staken de oceaan over naar de eilanden die bekend staan als Brittannië", en door de heilige Hilarius van Poitiers (300-367).
Jozef en zijn zendelingen werden bij aankomst in het zuidwestelijk deel van Engeland met enige scepsis bekeken door de Britten, maar Arviragus, koning van Siluria en broer van Caractacus Pendragon, ontving hen hartelijk. Hij schonk hun, na uiteraard overleg met andere leiders te hebben gepleegd, twaalf "hides" in de omgeving van Glastonbury (een hide is een stuk landbouwgrond van ongeveer 48,5 hectare). Daar bouwden zij hun unieke kerkje.
En dan zijn we toch wel een heel eind terug in de tijd! Het antwoord op de vraag wie de vader was van de kinderen van Maria Magdalena zult u op deze website niet aantreffen. Maar waarom zouden er toch zoveel kerken gewijd zijn aan Maria Magdalena? Was dat omdat zij "de gezellin van de Verlosser" (evangelie van Filippus) was? Of had dat een andere reden? Niemand zal met zekerheid kunnen zeggen wat de waarheid is en wat niet. Laat ieder maar voor zichzelf bepalen waarin hij gelooft.
Inmiddels heeft Laurence Gardner een tweede boek geschreven: Oorsprong van de Graalkoningen en uiteraard heb ik dat ook aangeschaft. Het is van dezelfde uitgeverij (Tirion) en van dit boek heb ik een korte boekbespreking gemaakt.
Terug naar boven – Een waarschuwing in Gens Nostra – Startpagina