Een huis in de Beemster

(door Hanny Sinkeldam-Buschmann)

Pagina op volledig scherm bekijkenInhoudsopgaveStartpagina




In 2012, het jaar waarin wij het 400 jarig bestaan van de Beemster vierden, was het 40 jaar geleden dat mijn man en ik daar een huis kochten. Omdat ik toen nog nooit van genealogie had gehoord wist ik ook niet dat de oudst bekende voorvader van het geslacht Sinkeldam uit de Beemster stamde. Daar kwam ik pas jaren later achter.

Het huis in 1972 Op de foto hiernaast ons huis zoals het er in 1972 uitzag, mijn vader staat daar tegen het hekje even uit te rusten. Zowel de schuur als de serre zijn na verloop van tijd gesloopt en vervangen door resp. een nieuwe schuur (de garage) en de bijkeuken, waarvan de deur nu op een andere plek zit. Nee, het huis was niet nieuw meer toen we er in kwamen wonen. Dat was ook wel te zien, want er moest heel veel aan gebeuren, vooral binnen. We werkten allebei en moesten het dus van de avonduren en de weekends hebben. Het was dan ook nog lang niet "klaar" toen we er een paar maanden later in trokken. Nog vele jaren werk lag voor de boeg ...


Een zaterdagmiddag in februari 1981

We hadden een cassettebandje van James Last op staan en mijn man was aan het timmeren. Hij had er niet veel moeite mee om de muziek te overstemmen. De week daarvoor hadden we de schoorsteenmantel weggesloopt. Een voorraad van zo'n tachtig jaar muizenkeutels (ik heb er geen idee van hoe oud het huis is) kwam tevoorschijn en rolde over de vloer. Muizenkeutels zijn rond en het zal, denk ik, niemand moeite kosten zich voor te stellen dat binnen enkele seconden onze hele kamer er mee vol lag.
  Buiten sneeuwde het. Gelukkig brandde de kachel en het was binnen lekker behaaglijk. En ik hoefde tóch niet meer weg! Zou ik wèl weg moeten, dan had ik ongetwijfeld de auto gepakt.


Ik schreef dit stukje tekst een paar weken daarna, in maart. Sinds die zaterdag zijn er nog talloze muizenkeutels tevoorschijn gekomen en ook zijn er veel dingen veranderd in het interieur. Cassettebandjes draaien we niet meer, daarvoor in de plaats kwam de CD-speler. De kachel is verdwenen (we hebben inmiddels al vele jaren centrale verwarming) en wat de voorraad van tachtig jaar aan keutels betreft, dat bleek toch niet helemaal te kloppen: zó lang stond het huis er toen nog niet. Maar daar kwam ik pas in 1990 achter.


Het onderzoek

Natuurlijk waren wij niet de eerste bewoners toen wij er in 1972 kwamen wonen. Toch duurde het nog ruim 17 jaar voordat ik op het idee kwam om dat uit te gaan zoeken. Wanneer werd het gebouwd? Wie hebben er in gewoond of waren eigenaar? Na het bezoeken van een lezing over het kadaster, gehouden te Purmerend op 16 januari 1990 (georganiseerd door afd. Zaanstreek-Waterland van de NGV), wist ik precies wat mij te doen stond om mijn nieuwsgierigheid te bevredigen.
  Het bleek mogelijk te zijn een kadasterverklaring aan te vragen bij de Rijksachivaris, dat kostte slechts een postzegel. Al gauw had ik die en op 12 maart was het zover: met de fiets reed ik naar Noord Beemster, stapte daar in de bus naar Alkmaar en legde het laatste stukje naar het Kadaster af te voet. Na drie kwartier beneden in het archief door te hebben gebracht met een behulpzame medewerker wist ik het.

Nou ja, ik wist nog niet alles. Wanneer het precies gebouwd werd wist ik niet. Maar toen ik thuis de gekopieerde akten doorlas werd mij wel duidelijk dat het niet lang na september 1918 moet zijn geweest. Dus, twee dagen later fietste ik naar Purmerend, naar het Streekarchief. Daar kreeg ik, uiteraard tegen betaling, fotokopieën van de documenten die moesten worden ingediend voor het aanvragen van bouwvergunningen voor huis en schuur.
  Toen ik het antwoord op al mijn vragen eenmaal had gevonden ben ik, zij het met tussenpozen, bezig geweest met het samenstellen van kwartierstaten van de betreffende personen. Niet van allemaal, en ook zijn de kwartierstaten niet volledig. Op een gegeven moment moet je er een streep onder zetten (er zijn ook andere dingen die gedaan moeten worden) en alles afronden.
  De kwartierstaten werden opgenomen in het boekje Een huis aan de Purmerenderweg, dat ik heb samengesteld ter gelegenheid van de op Hemelvaartsdag 2002 gehouden Open Dag in de Beemster. Het is aanwezig in de bibliotheek van de NGV-afdelingen Zaanstreek-Waterland en Koggenland. (In juni 2010 is een nieuwe versie gereedgekomen.)


En dan wordt het 2018

We zijn inmiddels een groot aantal jaren verder en omtrent het ontstaan van onze woning is nu alles wel zo'n beetje bekend. Maar toch was er iets vreemds aan de hand, dat had ik toen ik er aan begon meteen al gezien. Zou er iets echt niet kloppen of was het gewoon een verschrijving? Het artikel Een eigenaresse vertelt, gepubliceerd in De Schakel van 1990, eindigt met de regel. "Zou het ooit gecontroleerd zijn? Laten we maar geen slapende honden wakker maken!"
  Het heeft 28 jaar geduurd, toen las ik een stukje in de krant over de kadaster-viewer, aanwezig bij het Waterlands Archief te Purmerend. Daarom bracht ik op 19 september j.l. een bezoek aan het archief, om een antwoord te vinden op die ene vraag die mij vanaf het begin heeft beziggehouden. Ik was verbijsterd ... En ik heb me toch maar opgegeven voor de workshop die op 18 oktober werd georganiseerd.

(Het oorspronkelijke verhaal is eind oktober 2018 opnieuw in bewerking genomen, waarbij ook de html-code werd aangepast.)



De geschiedenis van een huis


De grond

We maken even een sprong terug in de tijd naar een dag, ergens in de vorige eeuw, namelijk 10 september 1918. Bij notaris Thomas Christiaan Daey Ouwens te Purmerend zaten de heren Klaas en Cornelis Haan. Zij verkochten die dag enige stukken land, waaronder dat waarop nu het huis staat waarin wij sinds 1972 wonen (nrs. 323 en 324).


Verkoop aan Gerrit Preeker

Klaas Haan Cornelisz. en Cornelis Haan Klaasz., beiden veehouder en wonende in de Beemster, verkochten aan Gerrit Preeker Hendrikszoon, veehouder wonende te Oostzaan, "een perceel boomgaard en moestuin te Beemster aan den Purmerenderweg, kadastraal bekend gemeente Beemster enz., groot 16 aren en 40 centiaren" (nrs. 323 en 324). De koopsom bedroeg ƒ 1.000,- en Gerrit Preeker kon het gekochte in bezit en genot aanvaarden "op den dag dat de oogst van het perceel verwijderd is". De heer Cornelis Haan Klaaszoon had het nog geen jaar in bezit gehad. Hij kocht het op 18 december 1917 (notaris Van Os, Purmerend).

Het bevolkingsregister van de gemeente Beemster (deel 8, fol. 1433), vermeldt bovengenoemde Klaas Haan en Cornelis Haan als volgt:
  1. Klaas Haan, geb. Wijdeworder 15-11-1860, veehouder, overl. 15-5-1926,
  2. Neeltje Haan, geb. idem 25-2-1867, zijn vrouw,
  3. Cornelis Haan, geb. Ilpendam 6-4-1888, gescheiden zoon, 21-4-1920 naar Diemen vertrokken, en
  4. Neeltje Haan, geb. idem 3-1-1913, kleindochter.
Het gezin vestigde zich op 2 februari 1918 te Beemster, komende uit Edam. Eerst woonden ze op de Zuiderweg (diverse adressen), later Purmerenderweg 196. (Zie voor het voorgeslacht van Cornelis Haan kwartierstaat Haan-Haan.)

Goed, we gaan weer even terug naar het notariskantoor, want op diezelfde dag gingen er van dezelfde verkoper nog twee aangrenzende percelen "over de toonbank". Hierbij werd aan Andries Willemsen, kantoorbediende wonende te Amsterdam verkocht: een perceel bouwland te Beemster aan de Purmerenderweg, groot 2 hectare, 12 are en 50 centiare (nr. 675); en aan Harmen de Bruijn, brandstoffenhandelaar wonende te Purmerend: een perceel bouwland en schuur te Beemster aan de Purmerenderweg, groot 1 hectare, 96 are en 10 centiare (nr. 674). De koopsommen bedroegen resp. ƒ 10.000,- en ƒ 8.500,-. Er werd bedongen dat koper Willemsen gedurende drie achtereenvolgende jaren, dus tot 15 oktober 1921, het recht kreeg zijn producten af en aan te voeren over de brug liggende voor het bij deze akte aan de heer Harmen de Bruijn verkochte perceel.

Bijzonderheden: Perceel nr. 675, gekocht door Andries Willemsen, was alleen bouwland. Er was geen brug. Toen wij hier in 1972 kwamen wonen was er een boomgaard, tegenwoordig is het grasland en ligt er een dam in de sloot. Het perceel daarnaast, genummerd 674, werd door Harmen de Bruijn gekocht. Volgens de akte was dat bouwland met daarop een schuur, de aanwezigheid van een huis wordt niet genoemd (toen wij er in 1972 kwamen wonen werd de daar aanwezige woning door fam. De Boer bewoond). Er was ook een brug, waarvan Andries Willemsen gebruik mocht maken. Dit perceel grenst aan dat van ons, dat inmiddels na hermeting in 1975 een nieuw nummer heeft gekregen (beide percelen werden samengevoegd).


Bouwplannen

Gerrit Preeker wilde op zijn stukje grond een woning laten bouwen. Op 28 september, nauwelijks een week na de koop, vroeg dhr. D. Kerkhof, die de werkzaamheden zou uitvoeren, voor het betreffende perceeltje de vergunning aan tot het bouwen van een werkmanswoning. Er zou beneden één kamer komen van 16 vierkante meter, met daarin twee ramen. Er zouden drie bedsteden worden gemaakt en de lozing der privaatstoffen zou plaats hebben met een waterdichte verplaatsbare ton. Er zou ook een regenbak komen en een brug van 1,10 meter breed. De tekening zag er keurig uit en de vergunning werd dan ook verleend (op de bouwtekening staat: "Behoort bij beschikking van het Gemeentebestuur van Beemster, van 16 Oct. 1918").
  Datzelfde gold voor de schuur op rekening van dhr. A. Willems (Willemsen) te Amsterdam op hetzelfde perceel. De schuur zou gebruikt gaan worden als bergplaats van landbouwgereedschap. De aanvraag werd ingediend op 18 november en al op 2 december daaropvolgend gehonoreerd. Op een schets bij de tekening werd aangegeven dat links (gezien vanaf de kant van de wegsloot) van het perceel van dhr. A. Willems zich het perceel van Jb. Beets te Warder bevond. Hoezo perceel van A. Willems? Het was toch van G. Preeker? Of heb ik dat nu verkeerd begrepen? En het schuurtje moet dan wel het hokje geweest zijn wat stond op de plaats waar nu onze garage zich bevindt.
  Toch was er iets vreemds met beide bouwvergunningen: in plaats van perceelnummer 323 stond er een ander nummer, waarbij het laatste cijfer er wel op leek maar toch anders was, namelijk een 5! Een verschrijving? Maar goed, ongetwijfeld werd spoedig met de werkzaamheden gestart en het was vast wel gauw klaar, want nauwelijks vier maanden later kwamen de bewoners er al in!


De eerste bewoners

Hoewel het een behoorlijk groot gezin was zal het slapen voor hen niet zo'n probleem zijn geweest, gezien het aantal bedsteden en het feit dat er ook nog een bovenverdieping was (die is er trouwens nog steeds, hoewel er natuurlijk wel wat veranderingen hebben plaats gevonden).

Het bevolkingsregister van de gemeente Beemster (deel 18, fol. 3404) vermeldt het gezin als volgt:
  1. Gerrit Preeker, geb. Oostzaan 8-5-1880, los werkman,
  2. Maria Schaft, geb. idem 13-1-1882, zijn vrouw,
  3. Hendrik Preeker, geb. idem 28-1-1907,
  4. Neeltje Preeker, geb. Amsterdam 16-10-1909,
  5. Klaasje Preeker, geb. idem 21-1-1912,
  6. Jan Hendrik Preeker, geb. Oostzaan 14-6-1914, zijn kinderen,
  7. Antje Kruk, geb. Amsterdam 13-2-1905, pleegdochter,
  8. Jan Hendrik Schaft, geb. Oostzaan 10-1-1880, zwager, los werkman,
  9. Jan Hendrik Roode, geb. Rotterdam 18-8-1846, weduwnaar, beh. vader.
Het gezin vestigde zich op 20 februari 1919 te Beemster komende uit Oostzaan. (Zie voor het voorgeslacht van Gerrit Preeker en zijn echtgenote kwartierstaat Preeker-Schaft.)


Verkoop aan Jan Hendrik Schaft

De familie Preeker woonde er slechts korte tijd, want al op 17 november vertrok het gezin weer naar Oostzaan, behalve zwager Jan Hendrik Schaft, eveneens tuinder, die twee dagen later het onroerend goed (huis, boomgaard en moestuin) overnam (zelfde notaris, Purmerend, 19 november 1919). De koopsom bedroeg ƒ 3.800,-, waarvan ƒ 600,- contant en de rest met een hypotheek. Het kon op dezelfde dag in bezit en genot door de koper worden aanvaard.

Jan Schaft Op de oude foto hiernaast zien we Jan Schaft, de zwager van Gerrit Preeker, op de brug staan (met dank aan Dick van der Poel, die de foto ter beschikking stelde).

Ook Jan Hendrik Schaft bleef er niet lang wonen: hij vertrok na verloop van tijd naar de Laarweg in Amsterdam-Noord en het huis werd verkocht. Hij kreeg er bij de verkoop echter minder voor terug dan dat hij er zelf voor had betaald. Van Jan Hendrik Schaft is verder nog bekend dat hij op 10 januari 1880 werd geboren te Oostzaan (wijk B nr. 43), evenals zijn zuster Maria onder de naam Roode. De aangever van zijn geboorte was Jan Hendrik Roode, kleermaker, 33 jaar, en de moeder was Neeltje Schaft te Oostzaan, "bij wien de comparant aangever is inwonende". Jan Hendrik Roode verklaarde het kind te erkennen als het zijne. Verder onderzoek naar zijn voorgeslacht heeft niet plaatsgehad.


De volgende kopers

De volgende kopers waren Andries Willemsen (1927), gevolgd door Dirk Gerritse Schaaij (1935), voor resp. ƒ 3.000,- en ƒ 2.300,-. In beide gevallen kon het gekochte meteen worden aanvaard.

Gedurende de periode dat fam. Schaaij er woonde werd er ook een brongas-installatie opgericht. Dit blijkt bij de verkoop op 6 oktober 1948 (notaris Haremaker te Oosthuizen) aan Klaas Beets Dirkszoon.

Klaas en zijn echtgenote Trijntje de Groot hadden drie kinderen. Guurtje, Willem en Aaltje. Aaltje trouwde later met Johannes Adriaan Hendrikse, die na het overlijden van zijn schoonvader in 1954 eigenaar werd van het huis. (Zie voor het voorgeslacht van Aaltje Beets kwartierstaat Beets-de Groot.)

Daarna ging het huis nog verschillende keren in ander handen over: in 1956 was Reindert Jongens de koper, in 1959 gevolgd door Simon Knip. De laatste verkoop had plaats in maart 1972, aan ons, de huidige bewoners. Het huis stond toen al enige maanden leeg. Na ons huwelijk, dat in de trouwzaal van Het Heerenhuis te Middenbeemster werd voltrokken, betrokken we de woning.
Gezien vanaf de A7
Het is wel klein, maar wie goed kijkt ziet daar ons huis aan de Purmerenderweg, iets links van het midden, een aantal jaren geleden (gezien vanaf de A7). De hoge bomen die er toen stonden zijn verdwenen, op hun plaats werden andere bomen geplant.


Terug naar boven