(door Hanny Sinkeldam-Buschmann)
Pagina op volledig scherm bekijken – Verhalenpagina
Het samenstellen van een kwartierstaat is een leuke bezigheid. Je ontdekt er allerlei leuke, of ook minder leuke dingen, als je tenminste verder zoekt dan Burgelijke Stand en DTB-registers. Het notarieel archief levert dikwijls boeiende gegevens, zoals ook uit het nu volgende blijkt.
NA 6037, Zaandam, nr. 53, d.d. 16-8-1739:
"Jacob Maartensz. en Jannetje Cornelis, egtelieden, Molenpad te Oostzaandam, dewelke verklaren ter req. van Gerbrand Leevendigh, schipper tot Oostzaandam, dat zij deposanten beijden in de maand mey 1738, sonder den precisen dagh te kunnen zeggen ten huyze van de Requirant present zijn geweest, als wanneer eenen Dirk, diestijds als noodhulp in dienst van de Req. hebbende gevaren, welke, soo haar deposanten berigt wierdt, genaamt is Dirk Poulusz. Molenaar, aldaar meede is ingekomen, die met den Req. eerst eenige woordenwisselingen heeft gehad over een somma van drie gulden, welke de Req. aan hem, Dirk Molenaar, had geleent. Dogh hij zeijde dezelve aan zijn Req.'s vrou te hebben gerestitueert. Dat de voorsz. Dirk Molenaar venders met schrikkelijke vloek en scheldwoorden den Req. groffelijk en onbetamelijk heeft uitgescholden, zeggende dat hij de betalingh met een briefje konde tonen, waarop door den Req. aan hem, Dirk Molenaar, is geordonneert uijt zijn huijs wegh te gaan en te vertrekken.
Dat daarop hij, Dirk Molenaar, is weggegaan en naderhand wederom gekomen tot in't somerhuijs van den Req., hebbende in zijn hand een mes met een glad lemmet en maakte met hetzelve soodanige bewegingen en alsof hij de eerste persoon dien uijt het binnenend of binnenvertrek uijt quam daarmede van bovenaf wilde quetzen. Dogh dat hij door tussenkomen van haar deposanten ten huijze is uijtgeraakt en dat hij aldaar nog eenige krassende en uijtdagende woorden heeft gesproken, alles onder het schermen met een mes."
Het was dus al enige tijd geleden dat dit alles had plaatsgevonden, geen wonder dus dat men zich niet meer de juiste dag herinnerde. Een gebeurtenis van recenter datum werd beschreven in de volgende akte, nr. 54, die op dezelfde dag werd opgemaakt (slechts een gedeelte van de akte is letterlijk overgenomen).
"Lambert Dirksz. Koedijker, Oostzaandam, 27 jaar. Requirant: Gerbrand Leevendigh. Beiden voeren op 12 augustus ca. 8 uur met een schuit in de Gouw tot Oostzaandam. In hetzelfde vaarwater mede was de damschuijt en twee knechten van Dirk Klaasz. Hen. Ze voeren tot aan de Hanepadsloot. De schuiten kwamen wat naar elkaar toe, waarop de Req. met de haak de boot afzette. Daarop werden door Dirk Molenaar eenige woorden gebruikt, gevolgd door een slag met de haak naar de Req. Daarop ontstond een in het wilde weg slaan met haken en bomen, over en weer. Dirk Molenaar had 2 à 3 malen quaadaardiglijk met de haak naar de Req. gestoken. Als antwoord op de vraag die Dirk stelde, namelijk of ze de zaak aan de wal af zouden maken, antwoordde de Req. 'JA'. Waardoor het op de wal opnieuw tot een handgemeen kwam tussen beide personen."
Acht dagen later kwam de zaak weer aan de orde. Het een en ander werd samengevat in akte nummer 56:
Uit: De Schakel, mei 1996"Jacob Hendriksz. Anze, oud 41 jaar, wonende tot Oostzaandam, dewelke verklaarde ter requisitie van Gerbrand Leevendigh, schipper tot Oostzaandam onder presentatie van Eede (is't nood) de opregte waarheyt 't geene volgt:
Dat hij, deposant, op verleden vrijdagh den 21ste augustus 1739, des morgens met eenen Dirk (welke genaamt werd soo hem deposant berigt is Dirk Poulusz. Molenaar), die toen in de smederij van hem deposant was gekomen eenige discoursen heeft gehad, van seeker gevals gebeurd op den 12den augustus laatstleden tussen den Req. en hem Dirk Molenaar en zijn medeknegt, en wel bijsonder over't voorgevallene op de schuijt zoo van hem Req. als op de schuijt van Dirk Klaasz. Hen, waarmede deesen Dirk Molenaar en nogh een knegt aan't voortduwen was. Dat in en onder die discoursen door hem getuijge aan deesen Dirk Molenaar zeer onderscheidenslijk wierd gevraagt wie of eerst met den haak geslagen had, waarop door gemelde Dirk Molenaar zeer duijdelijk en verstaanbaar wierd geantwoord dat hij de eerste slagh met den haak aan Garmet Leevendigh had toegebragt of gegeven."
Genoemde Dirk Molenaar komt in kwartierstaat Hart-Sinkeldam (deelkwartierstaat Buschmann-Koomen) voor onder nummer 1872. Ten tijde van het gebeuren zoals dat in het voorgaande omschreven werd, was hij gehuwd met Trijntje Jans Klinkers. Uit dit huwelijk werden geen kinderen geboren. (Dit verhaal staat ook in het boek Gemeenschappelijke Afstamming, deel 2, op blz. 48/49.)