(door Hanny Sinkeldam-Buschmann)
Pagina op volledig scherm bekijken – Kwartierstaten – Startpagina
Hanny (links, zie bij 7) en Dea (rechts), met hun jarige broertje René.
Weiert Gottfried Buschmann oefende verschillende beroepen uit (in volgorde van
doorhalingen op de PK): besteller (expeditie), petroleumventer, stoker. Hij werd in 1920 ambtshalve ingeschreven
in het bevolkingsregister te Zaandam.
Hij overleed op het adres Kalf 60. Op de overlijdensakte, de dag na zijn overlijden opgemaakt (aangegeven door Hotze Elzenga,
koster, RK), werd vermeld dat hij geen onr. goed bezat en dat hij 4 meerderjarige kinderen naliet. Zijn erfgename was wed.
Buschmann-Koomen, 't Kalf 60, Zaandam.
Neeltje Koomen werd geboren te Edam op 15 oktober 1889. Ze was nog geen vier jaar oud
toen ze in 1893 met haar ouders, zusje Jannetje en bijna twee maanden oude broertje Pieter naar Amsterdam vertrok. Daar
leerde ze later haar op 16 september 1891 te Amsterdam geboren man kennen: Weiert Gottfried
Buschmann.
Toen haar eerste kind op 10 juni 1912 geboren werd was ze nog niet getrouwd met de vader. Deze verbleef op dat
moment aan boord van Hr.Ms Pantserdekschip Zeeland. Hij was op 11 december 1911 van Den Helder vertrokken met bestemming
Nederlandse Antillen. Acht dagen later kwam het schip aan in Ponte Delgada. Op 23 december vertrok het schip met bestemming
Curaçao, waar ze op 4 januari 1912 aankwamen. Tijdens het verblijf in de Nederlandse Antillen, dat bijna twee jaar
duurde, deed het schip de volgende havens aan: de Bovenwindse Eilanden, Suriname, Trinidad, Granada, Bonaire, Havanna,
Guatemala, Sante Lucia, Colon en Cartagena. Op 15 november 1913 vertrok Hr.Ms. Pantserdekschip Zeeland weer van
Curaçao met bestemming Nederland. Na een tussenstop op 28 november in Ponte Delgado kwam het schip op 5 december aan
in Den Helder. Toen kon, op oudejaarsdag, hun huwelijk voltrokken worden. Hieronder de ondertekening van de huwelijksakte:

Na een moeilijke periode werden in Amsterdam twee zoons geboren: Pieter Cornelis (Piet) op 11 september 1916 en Johan (Joop)
op 2 december 1918.
Het gezin Buschmann vestigde zich op 15 december 1919 te Zaandam, op het adres Oostzijde 370, komende uit
Amsterdam. De gezinskaart, die zich bevindt in het Gemeentearchief Zaanstad, staat op naam van Neeltje Koomen, de moeder. De
vader werd in 1920 ambtshalve ingeschreven. Ze bleven er wonen tot 31 augustus 1926. Toen vertrokken ze, met hun in 1923
geboren zoon Weiert G. (mijn vader) naar de Finschestraat nummer 14, waar een heel nieuw huis tot hun beschikking kwam.
Van links naar rechts: Joop, Bep, Wim en Piet.
Willem en Janna overleden toen dochter Gijsbertje zes was (op dezelfde dag) en zij
werd ondergebracht in een weeshuis. Volgens de verhalen was Gijsbertje van rijke afkomst. Zo zou de familie half Borne in
bezit hebben gehad. In een poging om meer te weten te komen over het vermeende bezit in Borne werd begin 1981 een brief
geschreven naar Gemeente Borne.
Uit het antwoord van de ambtenaar culturele zaken d.d. 4-3-1981 bleek "dat de familie van Ewijk niet als
grootgrondbezitter in Borne bekend is. In het kadaster en wat daaraan vooraf ging is helemaal niets bekend van enig
grondbezit. Het enige wat ik heb kunnen vinden zijn de woonadressen van Willem van Ewijk (...) in alle drie de gevallen dus
in de oude kern van het dorp Borne (1850)".
Ook de brief van een gediplomeerd archiviste (Rijksarchief Overijssel) d.d. 26-3-1982 gaf geen uitsluitsel:
" Als Willem onroerende goederen bezat in de gem. Borne toen hij overleed, moet hij voorkomen in de successiememories
van het kantoor Almelo, waar Borne toen onder hoorde. Ook als hij elders is overleden (b.v. in Amsterdam) komt hij dan
toch in die memories voor. Successiememories zijn aangiften door de erfgenamen t.b.v. het successierecht dat over de
nalatenschap betaald moet worden. Sinds 1818 worden die van elke overledene gemaakt bij het kantoor waaronder de plaats
van overlijden valt en in de 19e eeuw óók bij de kantoren van de plaatsen waar de overledene onroerende
goederen bezat. Ik heb voor u de klappers op de successiememories van het kantoor Almelo over de jaren 1856 t/m 1860
nagezien. Daarin komt de naam van Eweijk niet voor. Er zijn dus twee mogelijkheden: of Willem is pas na 1860 of
vóór 1856 overleden, óf hij had geen huizen of land in eigendom. Ik moet zeggen dat het laatste mij het
meest waarschijnlijk voorkomt. Het beroep van zeeman wijst niet direkt op rijkdom en ook het feit dat Janna Wiegerink in 1851
en 1854 weefster was geeft eerder een indicatie van armoede. "
(Tot dusver heeft verder onderzoek niet plaatsgehad, wellicht zal het binnenkort weer worden opgepakt.)
Het gezin vestigde zich te Edam op het Bagijnenland wijk 1 no. 45, komende uit Zaandam, op 18-4-1861. Ze hadden toen
twee kinderen: Antje (*1859) en Albert (*1861). Binnen Edam verhuisde het gezin vele malen, o.a. naar de Spuistraat, de
Grotebult, Nieuwvaartje en Schulpsteegje. Ze woonden in 5 verschillende wijken: I, III, IV, V en VI.
Pieter Hulstman, de tweede man van Neeltje Molenaar, had 2 kinderen: Jacoba Johanna Hulstman en Gerrit Hulstman,
geb. Edam resp. 29-4-1863 en 14-7-1864.
(Voor het laatst bijgewerkt op 12 maart 2023.)
Terug naar boven