(door Hanny Sinkeldam-Buschmann)
Pagina op volledig scherm bekijken – De Stamboom – Startpagina
(Deze pagina werd opnieuw bewerkt op 12 augustus 2017)
Het nu volgende werd gepubliceerd in De Heeckelaersche Courant van oktober 1989 en juni 1990.
Hierbij werd tevens gebruikgemaakt van:
- Het artikel Oostzaners en hun betrekkingen met het buitenland, geschreven door Dr. S. Hart, in het boek De polder Oostzaan;
- Genealogische en heraldische gedenkwaardigheden in en uit de kerken der provincie Noord-Holland, deel IV (Utrecht 1930);
- De Zaende, 1950, p. 309 en verder (Archief Zaanstad);
- Notarieel Archief Oostzaan, inv.nr. 4130, nrs. 145, 199, 301;
- Notarieel archief Zaandam, inv.nr. 5814, nr. 166.
In het blad De Schakel van mei 1993, blz. 14 e.v., werd een vervolg opgenomen, met o.m. de vermeldingen zoals ze aan de kwartierstaat werden toegevoegd. Inmiddels (2012) is er meer duidelijkheid gekomen. Zie voor verdere bijzonderheden het vervolg. (Zuidoostbeemster, 23 augustus 2012.)
Zij was de echtgenote van Johannes Engels en afkomstig uit Oostzaan (zie bij 3973 in
kwartierstaat Hart-Sinkeldam).
De huwelijksvoorwaarden, die te Oostzaan werden opgesteld op 2-2-1702, vermelden haar als Lijsje Pieters, j.d., geads. met
Steven Pietersz. Bosch en Cornelis Sijmonsz. Daelder en Claas Jacobsz. Bom, haere voochden. Haar ouders waren dus overleden.
Reeds de volgende dag werd te Jisp een testament opgesteld, waarin de naam van haar broer wordt genoemd: Outger. Er werden
dus zeker twee kinderen geboren waarvan de vader Pieter Oudts zou moeten heten.
In de klapper op de doopboeken van Oostzaan (Archief Zaanstad) werd een echtpaar aangetroffen dat drie kinderen liet
dopen:
De namen van de ouders waren Pieter Outgersz. en Trijn Sijmons, van het Zuidend te Oostzaan. Een achternaam werd niet vermeld. Omdat in de huwelijksvoorwaarden de naam Cornelis Sijmonsz. Daelder als voogd werd genoemd kwam het vermoeden boven dat hij een broer van Trijntje Sijmons zou kunnen zijn. Enige woorden op een grafsteen versterkten dit vermoeden:
|
In een ovaal een wapenschild, waarin de letters S. C. / H; helm met wrong en dekkleeden; helmt. een vlucht. - T r ij n t j e S y m o n s D a e l d e r / huysvrou van P i e t e r O u t g e r s z gerust den 16 Septemb. 1693. / - Een 4 regelig vers uitgesleten. |
Cornelis Claasz. Melckpot, oud burgemeester, weesmeester,
... Pietersz. Bosch, oud weesmeester,
Cornelis Sijmonsz. Daelder, oudt ouderling,
Claas Jacobsz. Bom, oud burgemeester, weesmeester, regerende schepen en kerkmeester,
in qualite als momboijre ende voochden over Lijssie Pieters, nagelaten onmondige dochter van wijlen Pieter Outgersz. Luijts, in zijn leven oudt burgemeester sal.
Deze Pieter Outgersz. Luijts, "sieckelijck te bedde liggende", liet op 24-3-1699 zijn testament maken. Niet lang daarna moet
hij zijn overleden, want in een attestatie van 4-1-1700 worden de drie nagelaten kinderen van Pieter Outgersz. Oudt ende
Trijntje Sijmons Daalders zal. genoemd: Barbertje, Outger en Lijsie Pieters.
Opnieuw moest de klapper op de doopboeken worden geraadpleegd, om de doop van Barbertje te vinden. Daarin stond de vermelding
dat het echtpaar Pieter Outgersz. Luyts en Trijntje Symons op 4-1-1671 een dochter Barbertje liet dopen.
Pieter Outgersz. Luijts had nog een zuster: Neeltje. Zij moet omstreeks 1614 geboren zijn. De doopboeken beginnen
echter pas in 1629, zodat haar doop nooit gevonden zal kunnen worden. Ze overleed op 21 oktober 1680. Haar man was al eerder
overleden (zie ook de opmerking hieronder). Zowel haar vader, Outger Luijts, als haar man, Claes
Cornelisz. Melckpot, waren koopman.
|
90. Hier leydt begraven / C l a e s C o r n e l i s s e n M e l k p o t / is in den Heere gerust / den XXII September / anno 1665 / Hier leyt noch begra / ven N e e l t j e n O u t g e r s / de huysvrou van zal. / C l a e s C o r n e l i s z o o n / M e l c k p o t in den Heer / gerust den 21 October / anno 1680 out ontrent / 66 jaer. - Een M waartegen rechts een P; op het middelpunt van de M een verticale lijn waardoor onder elkaar C en C. |
Misschien werden er nog meer kinderen gedoopt. Mocht dat zo zijn dan zijn daarvan geen gegevens overgebleven. Het doopboek bevat nogal wat hiaten. De namen van de gedoopte kinderen werden wellicht soms op een kladje geschreven, om dan later in "het grote boek" te worden genoteerd. Helaas hadden kladjes ook toen al de merkwaardige eigenschap om, als men even niet goed oplette, spoorloos te verdwijnen. De naam Outger leeft tot op de huidige dag voort in de nakomelingen.
Hij was burgemeester van Oostzaan en daarnaast een zeer vooraanstaand koopman. Hij had het grootste aandeel in de gevonden
notariële bevrachtingscontracten.
Outger Luijts bevrachtte maar liefst 68 schepen, die niet alleen naar Danzig, Koningsbergen, Reval en Riga gingen,
maar ook naar de Zweedse havens Stockholm, Norrköping en Nyköping, naar de Finse havens Borga, Helsinki, Abo en
Viborg, en naar Frankrijk. In 1637 stuurde hij 48 riem wit papier naar Brazilië, maar op de betaling daarvan heeft hij
wel lang moeten wachten.
In 1638 sloot hij samen met de Amsterdammer Gerrit Verduin een dienstcontract af met Pieter Bosch. Deze was toen 22
jaar. In Frankrijk zou hij vijf jaar lang hun factor zijn en uitsluitend voor hen handelen in papier of commissiehandel in
papier doen (Angoulème was het centrum van de wit-papierfabricage).
In een notariële akte van 1626 wordt een Claes Dircxs Daelder als schotskoopman genoemd. In 1634 blijkt hij voogd te zijn over de onmondige kinderen van Willem Pietersz. Schroor, van Oostzaan, samen met Olfert Pietersz. Pet en Outger Luijts. Niet lang daarna overleed hij. Zijn echtgenote overleefde hem zeventien jaar.
|
103. Hier leyt begraven / C l a e s D i r c k s z. D a e l d e r / is in den Heere ghe / rust op ten 27 / April anno 1635 / ende sijn huysvrouw / G e e r t i e n S y m o n s d r. / sterf den 13 Augustus / anno 1652. |
Hoeveel kinderen zij kregen is niet bekend. Dat zij hun eerste zoon Dirck zouden noemen, naar de grootvader van vaderszijde,
is bijna vanzelfsprekend. Uiteraard zou de tweede zoon de naam van de grootvader van moederszijde krijgen, dus Sijmon (Symon,
Simon).
Ook de naam Daelder komt veel voor op bevrachtingscontracten. De meeste contracten staan op naam van de twee broers
Simon Claesz. Daelder en Dirck Claesz. Daelder. Dirck wordt dertien keer genoemd in bevrachtingen tussen 1613 en 1642. Simon
negentien keer, tussen 1639 en 1660.
Na Outger Luijts en Claes Cornelisz. Melckpot volgt Olfert (Olphert) Pietersz. Pet als grootste koopman, die in de periode 1608-1645 63 bevrachtingen afsloot. Daarvan waren er 33 waarbij de schepen naar Stockholm, Gävle en Söderköping werden bevracht. Voor Söderköping werd waarschijnlijk in een voorhaven gelost.
Pieter Dircksz. Pet, oudt weesmeester alhier, oud omtrent LXVI jaeren, dewelcke ter requisitie van den eersamen Cornelis Sijmonsz. Daalder, in qualite als voocht over de onmondige kinderen van Pieter Outgersz. Oudt ende Trijntje Sijmons Daalder zal., in haar leven alhier woonachtig, ... verklaarde, enz.
dat het landt liggende in de Beemster, groot seven morgen en tweehondert achtensestich roeden, toebehoort hebbende den grootvader van hem deposant, genaamt Olphert Pietersz. Pet, na versterff is ... geworden bij de vier kinderen van Lijsien Olpherts, de dochter van Olphert Pietersz. Pet voornoemt, te weten:
- Claas Sijmonsz. Daalder,
- Pieter Sijmonsz. Daalder,
- Dirck Sijmonsz. Daalder, en
- Trijntje Sijmons Daalder, in haar leven sijnde geweest de huijsvrouw van zal. Pieter Outgersz. Oudt, voornoemt.
Compareerde mede de eersame Pieter Sijmonsz. Daalder voorn., oudt omtrent LX jaaren, dewelcke mede met waere ende christelijcke woorden in plaatse van ende ter requisitie als boven deposeert en verklaart heeft conformerende met alles het bovenstaande, maar daarenboven dat de repartitie vant voorz. landt boven gemelt onder haar vieren in dier morgens verdeelt geworden, dat daarvan de twee derde parten is ten deels gevallen aan sijn overleden broeder Dirck Sijmonsz. Daalder voornoemt, ende andere derde part aen sijn overleden suster sa. Trijntje Sijmons Daalders voornoemt, ... de drie nagelaten kinderen van de voorn. Pieter Outgersz. Oudt ende Trijntje Sijmons Daalders zal., Barbertje, Outger en Lijsie Pieters.
Samenvattend: Lijsje Pieters Oudts was de dochter van Trijntje Sijmons Daalder. Deze Trijntje was de dochter van Lijsien Olpherts, die weer de dochter was van Olphert Pietersz. Pet.
Uit het bovenstaande en de klapper op de doopboeken van Oostzaan valt op te maken dat het echtpaar Sijmon Claasz. Daalder (Symon Claesz.) en Lijsje Olpherts, van de Dodbuert, drie kinderen liet dopen:|
42. Op een schild een merk tusschen de letters D. S D. (Hieronder werd begr. D i r k S y m o n s z. D a e l d e r, overl. 7 Jan. 1693.) |
Een doop van Cornelis werd eveneens niet gevonden. Was Cornelis Sijmonsz. Daelder nu wel of geen (half)broer van Trijntje?
In een notariële akte van 18-12-1677 (Zaandam) worden Cornelis en Willem Sijmonsz. Daelder genoemd als zoons van Sijmon
Claesz. Daelder. Dus toch? Overigens wordt Sijmon Claesz. Daelder in een procuratie d.d. 25-12-1660 "koopman te Zaandam"
genoemd.
Mogelijk trouwde zoon Willem met Marijtje Dircks:
|
102. Hier leyt begraven / M a r ij t j e D i r c k s de huysvrou van W i l l e m D a e l d e r / gestorven den 13 April / anno 1690. / W. D. (in een ovaal). |
Zoon Jan trouwde waarschijnlijk nooit. Hij heeft grote bekendheid verworven door het schrijven van een boekwerk, dat bekend staat als "Dagboek Daalder". Het bevat aantekeningen betreffende Oostzaan. Een groot deel daarvan behandelt de plaatselijke schandaaltjes. Ook zijn eigen familie kwam er in voor. Zo schreef hij op 15-5-1701: is Peterus Costerus bruijdegom geworde met nichte Trijntie Daeldrs., en een paar jaar later op 20-6-1705: is cozijn Peterus Costers op de Koog gestorve en den 23 dito, een uer later als Lijsje Klaes Daeldrs, alhier begrave. Lijsje en Trijntje moeten dochters zijn geweest van Claes Sijmonsz. Daelder.
Outger Pietersz. Luijtsz.
Barberis Pieters, weduwe en boedelhoudster van wijlen Gerrit Visser,
Cornelis Daalder, Steeven Pieters Bos en Claas Jacobsz. Salm als voogden over Lijssie Pieters,
kinderen ende erfgenamen van wijlen Pieter Outgersz. en Trijntje Sijmons, van Oostsanen.
Bij loting is ten beurte gevallen aan Lijssie Pieters, gelegen te Oossanen, eerstelijk:
een huijs en erve bij Pieter Outgers bewoond, staende ende gelegen int Oostsaenen Suydend, belend ten Suyden Adriaan van der Marck, ten Noorden Lijssie Dirx.
verder enkele stukken land, resp. 600, 456½, 312½, 1368¾, 625, 562½, 637½, 450, 81½, 137½ en 50 morgen.
Helaas is het lang niet altijd mogelijk om in het archief een notariële akte te laten fotokopiëren. Soms zijn de akten ingebonden en is het boekwerk te dik om, zonder schade aan de onvervangbare documenten te veroorzaken, kopieën van te maken. Het enige wat je dan kunt doen is de akte geheel of gedeeltelijk overschrijven. Wanneer je dan thuis alles doorleest kan het gebeuren dat je je moet afvragen of het nu "morgen" of "roeden" waren (akte d.d. 28-10-1700). Pieter Outgersz. moet wel èrg veel land gehad hebben als het werkelijk morgen waren.
Wat wèl mogelijk is: een fototoestel meenemen en ter plekke de akte fotograferen!
Bij het opstellen van een genealogie begint men dikwijls met het maken van een hypothese. Ook bij het voorgaande is dat het geval. Zo is er (nog) geen bewijsmateriaal gevonden voor de volgende vermeldingen:
In november 2011 werd duidelijk dat het bovenstaande niet slechts een hypothese is. Na ontvangst van een e-mail van dhr. P. Hartog blijkt dat dezelfde voorouders te Oostzaan in het voorgeslacht van meerdere mensen voorkomen.
Enige Oostzaanse kooplieden waren zakelijk betrokken in de "l'Esparrese, St. Viviense en Vandaische Polders, gelegen in de landen van Médoc in Vrankrijck". Deze gronden waren gelegen voor de monding van de Gironde, de rivier die de toegangsweg tot Bordeaux en Libourne vormt. Vendays werd later bij St. Vivien en Lesparre gevoegd. De Hertog van Esparnon gaf het octrooi voor de droogmaking. Reeds in 1639 lag een gedeelte van dit gebied al droog. Waarschijnlijk ging het net zo als destijds ook in de Beemster: er werden huizen gebouwd, er werden bomen geplant en er kwam vee.
Toen Govert van den Heuvel, de Amsterdamse koopman die bij het een en ander betrokken was, in ernstige financiële moeilijkheden kwam, transporteerde zijn gemachtigde Jacob de Schot in februari 1642 drievierde deel van het octrooi aan Outger Luijts en diens zwager Claes Cornelisz. Melckpoth, twee Oostzaanse kooplieden, en aan Jochem Pietersz. Kat, houtkoper te Zaandam, en Jan Pietersz. Gijsen, eveneens te Zaandam. Het laatste kwart was verkocht aan een koopman te Franeker: Albert Dircxs Raven. De voorwaarde was dat de polders bedijkt zouden worden.In 1658 had Jasper Pelt, zoon van Abraham Pelt, toezicht op het geheel. Outger Luijts was toen reeds overleden. Zoon Pieter was toen de rekenmeester. In 1677 noemde hij zich rekenmeester en mede-eigenaar van de moeraslanden "genaemt de pallu-landen van l'Esparre, St. Vivien, Vandeys, als Stuck Vallenon".
In het notarieel archief van Zaandam bevindt zich o.a. het nu volgende contract (inv.nr. 5768, nr. 146, d.d. 28-4-1668), bestaande uit vier bladzijden. Op de eerste bladzijde staan onder meer vermeld: Jan Pieterse Gijse, Meijndert ende Sijmon Jochemse Cath, met nog enige anderen "naergelate kinderen ende erffgenamen van sal. Jochem pieterse kath, in sijn leven burgemeester in den banne van Oossanen"; Neeltgen Outgers, weduwe van sal. Claes Cornelisse Melckpodt; Outger Luijtse Saliger, in sijn leven mede Burgemr. in den Banne van Oossaenen. Alle erfgenamen ter eenre, ende Sr. Pieter Outgerse, coopman woonende tot Oossaenen, mede soone van den voornoemde Outger Luijtse ter andere sijde.
Zoals zoveel notariële aktes is deze akte ook slecht te lezen, maar met wat inspanning lukt het wel. Een akte d.d. 12-8-1680 (en verdere dagen), eveneens voor Johan van der Stengh, notaris te Zaandam, vermeldt het volgende:
Neeltien Outgers, weduwe en boedelhoudster van wijlen Claes Cornelis Melckpot, 6/20 part; Sr. Meyndert Arents, 5/20; Sr. Jan Coupry, out burgemeester te Wessaerdam in huwelijk hebbende Antie Jochems Kat; Maritie Outgers, dochter van wijlen Outger Luijtse, weduwe en boedelhoudster van wijlen Pieter Jochems; Pieter Outgers out burgemeester in Banne Oossanen, erven van sal. Lijsbet Outgers in huw. gehad hebb. wijlen Jan Pouwelis, en
kinderen van Trijntje Outgers, weduwe van Lammert Jacobs Slinger, compagnons ende geoctroijeerde participanten in de landerijen gelegen in de bedijckinge van Lesparre, St. Vivien, Vendois en Valenon int Coninkrijck van Vranckrijck in de provintie van Guene, behoorende onder 't Hertogdom van Ispernon.
Gezamenlijk verklaarden zij: "volmachtig gemaect te hebben gelyck sij luyden doen bij desen de voornoemde Sr. Pieter Outgers out burgemr. tot Oossanen voors. zoon ende mede erfgenaem van de voorn. Outger Luijtse, ende Jochem Meijnderts Kat, soone van sal. Meijndert Joghems Kat, die een soon was van de voorn. Joghem Pieters Kat woonende tot Oossaerdam".
Er werd de afspraak gemaakt zich "metter eerste gelegentheijt te vervoegen naer het gemelte koninkrijck van Vranckrijck ter plaetse daer de voors. landerijen sijn gelegen, enz."
Barbertje Pieters, wettige huisvrouw van Gerrit Visser, oudste dochter ende meede ervgenaam van saligers Pieter Outgers ende Trijntie Sijmons Daalders (N.A. Zaandam 5706, nr. 50 d.d. 29-1-1700). Ze had landen en vaste goederen in de Beemster geërfd en maakte haar man volmachtig om deze te transporteren en over te dragen.
Tot zover de gegevens over ons voorgeslacht uit Oostzaan.
Sinds het schrijven van dit artikel werden nog veel aanvullingen gevonden.
Het een en ander is inmiddels verwerkt in de kwartierstaat.