(door Hanny Sinkeldam-Buschmann)
Pagina op volledig scherm bekijken – De stamboom – Startpagina
In 1990 heb ik een boekje samengesteld waarin het middeleeuwse voorgeslacht van Neeltje Hendriks Brederode uitgebreid aan de orde kwam. Het kreeg als titel "Middeleeuwse Voorouders". Op een bepaald punt werd haar voorgeslacht opgedeeld in een aantal kleine kwartierstaatjes, om het overzicht niet verloren te laten gaan. Vijf jaar later stelde ik opnieuw een werkstuk samen met dezelfde titel (Hemelvaartsdag 1995), waarin ik nader ingegaan ben op één persoon: Walraven van Brederode. Hij kreeg daar het nummer 1. Natuurlijk heb ik in mijn enthousiasme de nodige fouten gemaakt, waar ik uiteraard pas veel later achter kwam. Daarom vond ik dat nu de tijd was aangebroken om er op terug te komen, zeker nu in mei 2006 het boek "Afstammingsreeksen van de hertogen van Brabant" verschenen is. Want al meteen bij het lezen van de eerste reeks ontstond de eerste vraag.
Bij reeks 1-02 wordt genoemd: Hendrik III van Leuven, getrouwd met Gertrudis van Vlaanderen. Volgens deze reeks was zij een dochter van Robrecht I "de Fries" van Vlaanderen en Geertruid van Saksen. Maar, volgens de jaren geleden door mij samengestelde kwartierstaat van Walraven van Brederode, was deze Gertrudis van Vlaanderen gehuwd met Dirk II, hertog van Opper-Lotharingen. Had ik het fout? Ik moest het weten en heb gezocht waar ik het gevonden had.
Het leidde er toe dat ik van alle gegevens die ik destijds in mijn boekje had opgenomen heb getracht de bron van de informatie op te sporen. Dit is grotendeels gelukt. Ook waar ik ooit gelezen heb dat Hedwig een dochter was van Lodewijk de Duitser heb ik inmiddels kunnen achterhalen: Lekturama Encyclopedie deel 8 blz. 2091 vermeldt dat Hendrik de Vogelaar van moederszijde een kleinzoon was van Lodewijk de Duitser. Aangezien Hedwig zijn moeder was, is dat probleem dus opgelost.
De tweede vraag die nog open staat is deze: waar staat dat Mathilde van Westfalen een kleindochter was van Widukind? Ik heb de gegevens (nog) niet verwijderd, maar heb er wel een opmerking bij geplaatst. Misschien kom ik er nog achter. Maar laten we even beginnen bij het begin. Wie was eigenlijk Neeltje Hendriks Brederode? Ongetwijfeld waren haar voorouders afkomstig van Huis Brederode, waarvan nog slechts een ruïne over is (zie onderstaande foto die ik zelf enige jaren geleden maakte).
Neeltje Hendriks Brederode was een vrouw die leefde in Zaandijk, in de achttiende eeuw. Haar afstamming gaat terug tot in de middeleeuwen. Haar man, met wie ze op 20 september 1750 te Westzaan trouwde, was papiermakersknecht. Alles wat ik van dit echtpaar weet volgt hierna. Ze was een van mijn voormoeders maar niet alleen van mij. Er zijn veel mensen bij wie haar naam in het voorgeslacht voorkomt. Als zij er niet geweest was zou alles er vast heel anders hebben uitgezien ...
Het samenstellen van een kwartierstaat die terugvoert tot in de middeleeuwen is geen eenvoudige zaak. De beschikbare gegevens zijn dikwijls zó uitgebreid, dat het zeer moeilijk is te bepalen welke gegevens opgenomen moeten worden. Misschien zou het zelfs beter zijn alleen summiere gegevens te vermelden en verder te verwijzen naar de herkomst ervan, zodat een ieder die meer wil weten daar verder kan zoeken. Het is evenwel toch gelukt om een kwartierstaat te produceren met een behoorlijk aantal genealogische gegevens (deze werd in mei 2007 opnieuw uitgeprint en lag voor een ieder die er belangstelling voor had ter inzage op de op 17 mei in de Beemster gehouden Open Dag). Laten we eens kijken waar de aansluiting met de "gewone" rij voorouders precies zit.
In kwartierstaat Hart-Sinkeldam staat in generatie 20 vermeld: Walraven van Brederode. Hij draagt daar het nummer 1002496. Deze Walraven was een zoon van Dirk I van Brederode en Beatrix van Valkenburg.
In de aanvankelijk in twee delen gesplitste kwartierstaat van genoemde Walraven (Brederode en Valkenburg), krijgt Walraven het nummer 1, hetgeen de overzichtelijkheid ongetwijfeld ten goede komt, aangezien de nummering anders wel heel veel plaats in beslag zou nemen.
Middeleeuwse voorouders heeft iedereen natuurlijk, want geen mens is zonder voorgeslacht ontstaan. Het enige probleem is dat de schakels, die dat zouden moeten bewijzen, er meestal niet zijn. Of je zou bij het kwartierstaatonderzoek al moeten stuiten op een naam, die bepaalde vermoedens bij je oproept. De naam Brederode bijvoorbeeld.
Het zal eind 1984 geweest zijn toen ik, samen met mijn vader, een bezoek bracht aan het Rijksarchief van Noord-Holland, te Haarlem. De registers van de Burgelijke Stand moesten toen nog boek voor boek worden aangevraagd. Ik had het boek met de overlijdensakten van Zaandijk uit het jaar 1836 voor me liggen en zocht daarin de overlijdensakte van Jannetje Loon, de echtgenote van Willem Sluijs. Ze bleek te zijn overleden op 4 juli, als dochter van Egge Loon en Neeltje Brederode. Nooit zal ik het gevoel vergeten dat me overviel toen ik deze naam las. Die nacht kon ik de slaap maar moeilijk vatten.
Jammer genoeg kon ik geen doop vinden van Jannetje, die volgens de overlijdensakte omstreeks 1760 te Zaandijk geboren moest zijn. Dan maar op zoek naar een huwelijksinschrijving van haar ouders. Lang duurde de zoektocht niet. Op 20 september 1750 traden haar ouders te Westzaan in het huwelijk: Egge Eggesz. Loon, j.m. en Neeltje Hendriks, j.d., beyden te Zaandijk. Er was dus een nieuw aanknopingspunt, want de vader van Neeltje moest dan wel Hendrik Brederode zijn.
Mijn interesse was zodanig gewekt dat ik besloot bij de bibliotheek een boek te zoeken over middeleeuwse kastelen van Noord-Holland, in de hoop daarin iets over het geslacht Brederode te zullen vinden. Natuurlijk vond ik dat wel, maar kon er weinig mee: er lagen wel enige eeuwen tussen! Ik was echter vastbesloten om een aansluiting, als die er was, te zullen vinden. Er waren nog wel een aantal hobbels te nemen en ik ging stug door.
Jannetje Loon was het jongste kind. Dat blijkt uit een notarisprotocol, dat op 6 maart 1781 te Zaandam werd opgemaakt. Daarin werd vastgelegd dat Jan Eggesz. Loon medevoogd zou worden over de nog minderjarige Jannetje, naast de moeder, Neeltje Hendriks Brederode.
Op 29 maart 1775 hadden Egge Eggesz. Loon en Neeltje Hendriks Brederode, beiden volkomen gezond, hun testament laten maken. Daaruit blijkt dat hij papiermakersknecht was, en dat het echtpaar te Zaandijk woonde, op het Zonnepad. Hun totale bezit bedroeg volgens het testament nog geen tweeduizend gulden.
Enige jaren na de dood van haar man liet de weduwe een nieuw testament maken. Op dat moment waren er drie kinderen: Duijfje, weduwe van Pieter Gerrits van der Meer, Egge en Jannetje, die in 1786 met Willem Sluijs trouwde. In dit, op 24 februari 1784 gedateerde testament bepaalde Neeltje, die nog steeds te Zaandijk woonde, dat na haar dood zoon Egge het door haar bewoonde huis met het erf zou krijgen, het schuitje met toebehoren, alle tuingereedschappen en alle schapen. Maar hij moest dan wel de eerste tien jaar zijn zus Jannetje jaarlijks een bedrag van dertig gulden uitkeren. De kappenkisten met alles er in zouden voor Jannetje zijn, het goud en zilver uitgezonderd. En verder moest alles eerlijk onder de drie kinderen worden verdeeld.
Een belangrijk punt is dat Neeltje Brederode in 1750 in Zaandijk woonde. En dat haar vader Hendrik Brederode moest zijn. Daarbij komt nog dat haar moeder waarschijnlijk, net als zij, Jannetje geheten moest hebben. Het was immers gebruikelijk dat de kinderen allereerst naar de grootouders werden vernoemd. Duijfje was al vernoemd naar de grootmoeder van moederszijde, dus het lag voor de hand de naam Jannetje aan de grootmoeder van vaderszijde toe te kennen.
Een notariële akte uit 1731 (Zaandijk) vermeldt een Heyndrick Aldertsz. Breroe, op dat moment 51 jaar oud. Deze zou dan omstreeks 1680 geboren moeten zijn en zou best haar vader kunnen zijn.
Nog tien jaar verder terug: naar het jaar 1720, ook te Zaandijk. In een akte uit maart van dat jaar staat een Jannetje Heyndricks Verbeek vermeld, dochter van Heyndrick Dircksz. Verbeek en echtgenote van Heyndrick Aldertsz. Brederoe. En in een akte uit juni van datzelfde jaar staat hij nogmaals vermeld, maar dan als Hendrick Aldertsz. Brederode, alias Hendrik Steen, eveneens te Zaandijk.
Zo op het eerste gezicht klopte het dus allemaal. Het enige wat nog ontbrak was de doop van dochter Neeltje, die vooralsnog onvindbaar was. In het doopboek van Zaandijk komt de naam Hendrik Brederode als vader niet voor. Maar, stel nu eens voor dat hij daarin nu eens vermeld zou staan als Hendrik Steen? Opnieuw zoeken en inderdaad, de doop van Neeltje werd dan toch gevonden. Hendrik Aldertsz. Steen en Jannetje Hendriks lieten hun dochter op 30 april van het jaar 1724 te Zaandijk dopen. Ik weet ook nog precies wanneer ik deze vondst deed: op 5 januari 1985, dus eigenlijk al kort na de eerste confrontatie met de naam Brederode.
Hoe nu verder? Dat de vader van Heyndrick Aldertsz. Brederode de naam Aldert gedragen moet hebben was wel duidelijk. Zou ik niet iets kunnen vinden in Gens Nostra? In het register op jaargangen van Gens Nostra t/m 1980 vond ik een spoor: een verwijzing naar jaargang 1968. Het was de enige vermelding van de naam Brederode. Helaas had ik die zelf niet (ik was toen nog geen lid van de NGV), maar ik hoefde niet ver te fietsen om de betreffende jaargang te kunnen bekijken. Het bleek het themanummer over Karel de Grote te zijn. Toen kort daarop de Gens Nostra van februari 1985 verscheen werd daarin ook naar dit themanummer verwezen. In de afstammingsreeks komt een Gerrit voor, zoon van Aldert Hendricks van Brederode, uit Schoorl. Een overeenkomst in namen die bijna niet toevallig kon zijn!
De klapper op dopen te Schoorl vermeldde wel een Gerrit. Hij moest gedoopt zijn op 5 september 1688 als zoon van Aldert Hendriks van Brederode, herbergier in 't Huis te Brederode, te Schoorl, en Maartje Joosten. Een Hendrik ontbrak helaas. Jammer. Maar eigenlijk niet zo verwonderlijk, want de doopregisters te Schoorl beginnen pas in 1684, vier jaar na het berekende geboortejaar van Hendrik.
In het lidmatenregister van de gereformeerde kerk te Schoorl, opgesteld op 27 juli 1688, komen deze namen voor:
Allert Hendricksz.,
Maertje Joosten, sijn vrouw;
Claes Hendricksz. Brederoo,
Pietertje Lamberts, sijn vrouw.
Toen in 1694 nogmaals een lijst werd samengesteld ontbrak daarop de naam van Allert. Die was toen dus reeds overleden. De naam van Claes komt ook nog enige malen voor op de lijst van Ouderlingen.
Het echtpaar Aldert Hendricksz. Brederoe en Maartje Joosten liet vier kinderen dopen in Schoorl: Gerrit (1687, jong overl.), Gerrit (1688), Trijntje (1690, jong overl.) en nogmaals een Trijntje (1691). Aangezien het gebruikelijk was dat de eerste zoon naar de grootvader van vaderszijde werd vernoemd, zullen ze dat ook vast wel hebben gedaan. En omdat dit kindje in leven bleef komen we die naam later ook niet meer tegen in het doopboek.
De naam Aldert Hendricksz. Brederode komt ook voor op de door dhr. J.J. van Brederode in 1869 samengestelde stamboom. De samensteller voorzag o.a. deze naam van een + en verklaarde als volgt:
"De op den stamboom met een + aangeduide personen zijn volgens eene verklaring van Schepenen van Schoorl in dato 14 April 1750 erkend, steeds het regt van jagt te hebben uitgeoefend, als zijnde voortgesproten uit het Huis van Brederode, doch van deezen zijn mij geene afstammelingen bekend."
Ze waren hem niet bekend. Hij schreef heel duidelijk NIET dat deze er dan ook niet waren.
De vondst van een in afleveringen verschenen publicatie van de Werkgroep Brederode in het Rijksarchief van Noord-Holland te Haarlem (onder nummer S54), waarin eveneens de naam Hendrik Alderts Brederoo alias Hendrik Steen (met als toevoeging dat deze ongetwijfeld identiek is aan die welke in het betreffende hoofdstuk wordt genoemd als eerste zoon van Aldert Hendriksz. Brederode en Maartje Joosten) voorkomt, deed mij besluiten de zoektocht naar eventueel verder bewijsmateriaal te staken. De Werkgroep stuitte op dezelfde notariële akte, waaraan zijn leeftijd, en dus zijn geboortejaar, werd ontleend.
Zie voor de afstammelingen van Neeltje Hendriks Brederode parenteel Loon-Brederode.