Het begon allemaal met een telefoontje van de heer Wijnands, wonende te Wormer, die reageerde op een vraag van mij in het mededelingenblad van de afdeling Zaanstreek-Waterland van de N.G.V. van maart 1989. Hij bezat gegevens over de geslachten Buijs, Stolp en Wijnands, waar hij van afstamt, net als ik. Er was tussen ons dus een bepaalde verwantschap, waar ik echter nooit achter gekomen zou zijn als ik geen lid was van de N.G.V.
Verwantschappen vind je natuurlijk in de eerste plaats in je eigen familie, maar het verschijnsel kan ook optreden tussen mensen die zich van elkaars bestaan zelfs niet bewust zijn. Wat dit laatste betreft: dat kan natuurlijk veranderen!
Mijn broer en zijn vrouw wisten tot voor kort niet dat zij beiden afstammelingen zijn van schout Lucas Fransz. de Haes.
Uit mijn kwartierstaat blijkt dat enige van mijn voorouders ook aan elkaar verwant waren. Jacob Heekelaar en Trijntje Boon, in 1814 in de echt verbonden, zullen vast niet geweten hebben dat zij beiden van Eustatius Manglerius afstamden.
Mijn overgrootouders, Adriaan Buijs en Antje Sluijs, waren waarschijnlijk wel bekend met hun onderlinge relatie: zij waren achterneef en -nicht van elkaar.
Ook bij mijn ouders komt een gemeenschappelijk voorouderpaar voor: Hendrik van der Lecke en Jutta van Borsselen.
Zij trouwden meer dan zeven eeuwen geleden. Ze hadden in ieder geval twee dochters.
De ene was Sophia, die met Theodoricus de Bilant trouwde. Er ontbreken
nog een paar schakels, maar ik ben er vrijwel zeker van dat Otto van Bylandt, die met een dochter Van Aeswijn
trouwde, een nakomeling van hem was. Via de geslachten Van Bylandt, Van den Pavordt, Van den Bergh, De Haes, Van Heun, Van
Ewijk en Buschmann loopt de lijn door naar mijn vader, en ook naar mij.
De andere dochter was Maria, die met Dirk van Brederode trouwde. Via de
geslachten Brederode, Loon, Sluijs en Buijs loopt de lijn door naar mijn moeder en dus ook naar mij.
Gemeenschappelijke afstamming is een fascinerend onderwerp en ik vroeg mij af of er meer leden waren bij wie een familierelatie, als tussen de heer Wijnands en mij, zou bestaan. Zo ontstond het idee om een boek te gaan maken met schema's en stamreeksen, die tezamen een gemeenschappelijke afstamming aantonen van leden van onze afdeling of lezers van het mededelingenblad. In de periode 14 april 1990 t/m 31 januari 1991 stelden 32 personen een of meer stam- of afstammingsreeksen beschikbaar, of zelfs een hele kwartierstaat. Sommigen gaven toestemming tot het gebruik van reeds gepubliceerde gegevens. Controle van de ontvangen gegevens vond alleen plaats indien:
Gegevens over in reeksen voorkomende voorouders worden slechts éénmaal vermeld. Daarom bevatten veel reeksen verwijzingen. Voor de ware speurder zal dit echter geen problemen opleveren. Bij het samenstellen van stam- of afstammingsreeksen werd ook gebruik gemaakt van enige publicaties. Een overzicht daarvan is in het boek opgenomen, alsmede een lijst van inzenders/deelnemers. De reeksen zijn genummerd van 1 t/m 168. Het daarnaast tussen haakjes vermelde nummer heeft betrekking op de in de lijst genoemde personen.
- daartoe door vergelijking aanleiding bestond,
- de gegevens telefonisch werden verkregen,
- op eenvoudige wijze (bijvoorbeeld door raadpleging van de huwelijksakte) ontbrekende gegevens konden worden aangevuld.
Ellen Sinkeldam - Hanny Buschmann - Johanna Buijs - Anna Catharina Heekelaar - Jannetje Kostelijk - Antje Nieuwenhuis - Dorothea Catharina Axsen - Dorothea Catharina Henner - (?) Dorothea Catharina Greydemeyer.Het maken van een stamreeks is voor velen het begin van een jarenlang onderzoek. Al gauw gaat men over tot het uitzoeken van zijn gehele voorgeslacht, dus de kwartierstaat. Iedere voorouder die men opspoort roept weer nieuwe vragen op. Ook zij hadden immers ouders!
Uit de huwelijksbijlagen, behorende bij het in 1854 te Amsterdam gesloten huwelijk van Weiert Gottfried Buschmann en Charlotta Ratelband, was duidelijk geworden dat de bruidegom geboren was te Dunum, in Ostfriesland. Zijn ouders, Weijert Focken Buschmann en Trientke Reents, verleenden schriftelijk hun toestemming voor het huwelijk.
Een brief van het E.-Luth. Pfarramt te Dunum vermeldde dat Trientje Reents (haar naam werd ook wel als Trintke geschreven) op 12 januari 1786 te Dunum geboren was, als dochter van Reent Janssen en Wübke Gerdes. Ze trouwde op 4 mei 1810 met "Weerts (Weiert) Focken Bussmann, Lehrer + Organist zu Dunum". In het schrijven d.d. 30-12-1980 stond verder:
"Bussmann" wird manchmal "Buschmann" geschrieben. Weiert Focken Bussmann hatte keine Geschwister, der Vater Focko Weert Bussmann stammt nicht aus Dunum und war 1810 bereits verstorben.Op 1 juli 1981 ging er een brief met een aantal vragen naar de Ostfriesische Landschaft te Aurich, vergezeld van een antwoordcoupon en het frustrerende wachten op antwoord begon. En het wachten duurde lang! Omdat er in december nog steeds geen antwoord op de verstuurde brief was, zat er niets anders op dan opnieuw een brief te schrijven, nu aan het Niedersächsisches Staatsarchiv, eveneens te Aurich. Nauwelijks drie weken later kwam er een reactie. In de brief werd een adres gegeven waar men er wellicht meer van zou weten: de Ostfriesische Landschaft! Een fragment uit de brief:
Sein Lebensweg läßt sich zurückverfolgen bis nach Riepe (Landkreis Aurich). Bevor Buschmann am 11.07.1808 in das Amt des Schullehrers von Dunum eingeführt wurde, war er in gleicher Stellung an der Gasthausschule in Wittmund tätig, davor (1800-1803) versah er den Schullehrerdienst auf der Insel Spiekeroog. In seinem Gesuch um diese Stelle führt er an, daß er bereits Nebenschullehrer in Westersander und Jheringsfehn war und sich zunächst auf den Lehrerberuf an den Schulen in Riepe, Barstede und Weene vorbereitet, d.h. bei einem anderen Lehrer gelernt hat. Leider war über seine Tätigkeit, bevor er die Stelle auf Spiekeroog erhielt, nichts zu erfahren. Auch in den entsprechenden Schatzungsregistern für Riepe war er oder sein Vater nicht verzeichnet, zo daß anzunehmen ist, daß er in Riepe nicht geboren ist.Waar al lang niet meer op gerekend werd gebeurde: het antwoord van de Ostfriesische Landschaft rolde alsnog in de bus. Fragment:
Der von Ihnen gesuchte Lehrer Weyert Fokken Buschmann war 1776 in Riepe geboren und ist 1872 gestorben. (..) Sein Familienblatt und das seiner Eltern Fokke Weerts oo Beeke Classen füge ich in Photokopie bei. Es ist gut möglich, daß Fokke Weerts (Buschmann) aus Leer kam, da dort die Verbindung Weyert Buschmann vorkommt.De inhoud van de brief spreekt voor zichzelf. Uit de bijgevoegde gezinsbladen konden we de voorzichtige conclusie trekken dat Fokke Weerts een zoon was van Weyert Arends Buschmann. Hoe zou men daar bij het Niedersächsisches Staatsarchiv over denken?
Het wachten duurde ook deze keer niet lang. Helaas was het antwoord niet echt bevredigend:
Hinsichtlich des Fokke Weerts (Buschmann) teile ich Ihre Vermutung. Auch ich halte ihn für den Sohn von Weyert Arends Buschmann, nur kann ich Ihnen das definitiv nicht bestätigen, da die hier lagernden Kirchenbuchduplikate von Riepe erst im Jahre 1828 einsetzen.Eigenlijk meenden we zelf dat Fokke Weerts degene was die op 5 oktober 1744 werd geboren als Foelke. Het bleef echter bij een vermoeden. Verder onderzoek had, gezien de afstand, niet plaats hoewel er wel een brief werd geschreven naar het Gemeindebüro der Ev.-luth. Kirche (antwoordcoupon ingesloten). Jammer genoeg is daar nooit een antwoord op gekomen.
Sie müßten sich deshalb an das Gemeindebüro der Ev.-luth. Kirche in 2971 Riepe wenden.
Het vermoeden bleef bestaan tot 29 januari 1991. Op die dag kwam er een brief van de heer Aten te Amsterdam, met daarin de opmerking dat de naam Foelke identiek is met de vrouwsnaam Voolke en niet met de mansnaam Fokke.
Hoewel het dus niet zeker is of er tussen ons, althans voor wat de naam BUSCHMANN betreft, een bepaalde verwantschap bestaat, zijn de eerste twee reeksen in dit boek uit het geslacht Buschmann afkomstig. De ene (reeks 1) is een stamreeks, de andere (reeks 2) is een afstammingsreeks.
20 oktober 1762: Neeltje Claas Huysvrou van Jan Sinkeldam aan de Jisperweg met haar craamkintje genaamt Jan in een kist, op het kerkhof. Aangifte pro Deo.Het echtpaar Jan Harmensz. en Neeltje Claes trouwde te Beemster op 13 december 1744; Waar ze vandaan kwamen weet niemand. Er zijn aanwijzingen dat de naam Sinkeldam te maken heeft met een boerderij in Goor, maar zekerheid daarover bestaat er (nog) niet.
Op een fotokopie van een overzicht van de erven (boerderijen e.d.) in Twente, resp. Goor, toegezonden door de heer J.A. Paasman te Dronten, komt in 1381/1383 te Goor het erve (= boerderij met landerijen) Zellincdam (later Senkeldam) voor. Hij schrijft in zijn brief d.d. 6-12-1988 onder meer:
Ik mag U erop wijzen dat bij voorbaat geen zekerheid bestaat dat Uw tak Sinkeldam teruggaat tot 1381/1383. Het gebeurde vaak dat de gebruiker van zo'n erf wisselde, van elders kwam met een andere naam en op een gegeven moment de naam van dat nieuwe erf aannam of kreeg. Dit gebeurde ook vaak bij huwelijk met een dochter van de oorspronkelijk eigenaar. Dit maakt het genealogisch onderzoek in Twente bijzonder moeilijk in die periode.Een paar dagen later arriveerde er opnieuw een brief van dhr. Paasman. Een stukje hieruit:
Jannes ten Senkeldam komt met zijn gezin wel voor in het Register van Ingesetenen van Goor, van augustus 1748. Wat opvalt dat in 1748 niet meer Ten Senkeldammen te Goor voorkomen. Maar daar hebt U waarschijnlijk niets aan, omdat Jan Harmensz. Sinkeldam reeds in 1744 te Westbeemster met Neeltje Claes trouwde.Ook hierbij is dus sprake van een vermoeden. Misschien wordt het bewijs ooit nog wel eens gevonden.
Voor zover bekend komt de naam Sinkeldam bij niemand van onze afdeling in de kwartierstaat voor. Reeksen, uitgaande van deze naam, zijn dan ook niet in dit boek opgenomen.