Het onderzoek naar het geslacht Van Heun

(door Hanny Sinkeldam-Buschmann)


Op 25 november 1801 overleed te Haarlem Gijsbertje van Heun, de eerste echtgenote van Dirk van Ewijk. Ze was 55 jaar oud. Ze werd geboren te IJzendoorn (Gelderland), waar ze op 1 augustus 1756 ten doop gehouden werd (doopgetuige was Gijsbertje Tap). Haar ouders waren Jacob van Heun en Fijken de Haas, beiden uit IJzendoorn afkomstig. Kwamen hun voorouders ook uit IJzendoorn? Een vraag die mij geruime tijd bezighield. Verschillende bezoeken aan het CBG en het Rijksarchief te Arnhem (thans Gelders Archief) hebben heel wat gegevens opgeleverd, ook over het geslacht De Haas.

Soms ontstonden er spontaan vragen, waarop het antwoord niet dadelijk gevonden kon worden. Wie was bijvoorbeeld Jacob van Heun de Jonge, die op 7 september 1760 een dochter Willemina Sofia liet dopen? De moeder daarvan was Sofia de Haas, doopgetuige was Gijsbertje Tap, huijsvrouw van Willem de Haas. Er was ook nog een Jan van Heun, getrouwd met Heeske de Haas, die twee kinderen liet dopen te IJzendoorn, nl. Jantje op 8 maart 1716 (geen doopgetuigen vermeld) en Peterke op 20 februari 1718 (doopgetuige was Jenneke de Haas). Waren Jan van Heun (getrouwd met Heeske de Haas), Helena van Heun (getrouwd met Gerrit van de Cop), Elisabeth van Heun (getrouwd met Hendrik Heij), Jacomina van Heun en Jannetje van Heun allen broers en zusters van Jacob van Heun?

Uit Genealogie De Haas blijkt dat Jacomina van Heun gedoopt werd te Ochten op 20 januari 1704 als dochter van Jan van Heun en Heesken Claesdr. de Haes. Ze overleed vóór 1762. Ze trouwde te IJzendoorn op 22 april 1731 met Gerrit de Haes, ged. ald. 24 januari 1697, schepen van IJzendoorn vanaf 1732, zoon van Gerrit Willemsz. de Haes en Jannetje van den Bergh.

In het lidmatenregister van IJzendoorn werden verschillende, voor ons belangrijke vermeldingen aangetroffen: zo werden op 4 juli 1749 na belijdenis tot leedematen aangenomen Jacob van Heun en Gerdina van Oosterhoudt. Op 1 juli 1751 gebeurde hetzelfde met Jan van Westreenen, Fijke de Haas en Jantje van Heun.

De volgende namen komen voor op de lijst van ledematen die op Pasen 1752 werd opgesteld: schepen Jacob van Heun, zijn huisvrouw Maria Heij en dochter Jannetjen van Heun; schepen Hendrik Heij en zijn huisvrouw Elizabeth van Heun; schepen Jan Ariense Tap; Jan van Heun, zijn huisvrouw Heesken de Haas en hun dochter Catrina van Heun; Jacob van Heun de Jonge; Berent van Heun en zijn huisvrouw Jannetjen van Ingen; Jan Otten Tap. Op 24 april 1753 vertrokken Jacob van Heun en Fijke de Haas met attestatie naar Ochten.

Op de lijst met Ledematen d.d. 15 oktober 1759 staan Fijken en Jacob ook weer vermeld, evenals schepen Jacob van Heun en schepen Jan Ariense Tap. Op de lijst van 31 maart/1 april 1763 staan schepen Jakob van Heun sr. en zijn huisvrouw Maria Heij, Jakob van Heun jr. en zijn huisvrouw Sofia de Haas.


Een dossier bij het Centraal Bureau voor Genealogie

Tijdens het bezoek aan het CBG op 10 december 2002 bekeek ik nogmaals het geschreven overzicht van de "Van Heun"-stamboom (in Dossier van Heun), en schreef het over. Verder gevonden gegevens zijn er daarna in verwerkt, ook die welke afkomstig zijn van een CD-Rom van Vereniging Gelre, die ik enige tijd geleden heb aangeschaft (Register op de Leenaktenboeken). Tussen haakjes de nummers in kwartierstaat Hart-Sinkeldam. Ook de namen van doopgetuigen staan tussen haakjes.

I. (7328)
Hendrik van Heun.


II. (3664)
Bernt van Heun, geb. ca. 1617, overl. vóór 28-2-1682; tr. ca. 1640 Geertjen Jansd., leefde nog in 1682.
  Uit dit huwelijk 2 kinderen:

  1. Jan, volgt IIIa.
  2. Hendrik, volgt IIIb.


IIIa. (1832)
Jan van Heun, geb. IJzendoorn ca. 1644, schepen te IJzendoorn 1694-1695, overl. 1714 (zoon Jacob werd als erfgenaam van zijn vader op 11-4-1714 beleend); tr. Jannetje van Groll, Jansdr.
  Uit dit huwelijk, geboren te IJzendoorn (volgorde niet bekend):

  1. Jan van Heun, volgt IVa.
  2. Helena van Heun, geb. IJzendoorn ca. 1670, overl. na 1720; ondertr./tr. IJzendoorn (NDG) 29-12-1689/26-1-1690 (j.d. tot Isendoorn) Aart Gerritsen, j.m. van Dreumel. tr. (2) Gerrit van de Cop.
  3. Hendrik van Heun, volgt IVb.
  4. Jacob van Heun, volgt IVc.


IIIb.
Hendrik van Heun, overl. ca. 1720; tr. (1) Jantje Heij, overl. vóór 1680; ondertr./tr. IJzendoorn 28-2/21-3-1680 (Henderick van Heun, wedn. van Jantje Heije) Maria Sluijsken, j.d. beiden won. tot Isendoorn. Beiden overl. vóór 1720.
  Uit dit huwelijk, gedoopt te IJzendoorn:

  1. Elijsbeth van Heun, ged. 6-3-1681; tr. Hendrik Heij.
  2. Berendt van Heun, ged. 9-7-1682.
    Jannetje van Ingen, wed. van Berent van Heun (deze Berent?), was doopgetuige bij de dopen van kinderen van Wouter van Doorn en Jannetje Peterse te IJzendoorn (Jordaan op 22-7-1743 en Peterke op 3-11-1754).
  3. Geertruijd, ged. 23-5-1686.


Elisabeth (Lijsbeth) van Heun trouwde met Henrick Heij. Zij lieten tussen 1707 en 1725 tien kinderen dopen te IJzendoorn: Henrick (1707, get. Geertruijd van Heun, j.d.), Wouter (1708), Wouter (1709), Maria (1711), Geertruijdt (1713), Elisabeth (1715), Rijk (1718), Helena (1720), Geertruij (1724) en Elisabeth (1725).
  Mogelijk werden de laatste twee kinderen geboren uit een ander huwelijk, omdat op 18-6-1721 Elisabet Sluisken, erfgename van haar nicht Elisabet van Heun beleend met "Eenen weert, enz." Elisabeth zal dan vóór juni 1721 zijn overleden. Vreemd is dat wel, want in 1725 is Elisabeth van Heun, huijsvrouw van Hendrik Heij, nog doopgetuige.

(Bron: Register op de Leenaktenboeken, Vereniging Gelre (op CD-Rom), Nijmegen, blz. 430 e.v., Isendorn, leennummer 179.)


IVa.
Jan van Heun, geb. IJzendoorn vóór 1677, overl. ald. 1754/1758, tr. Ochten 1703 Hender de Haas, overl. 29-11-1762 (volgens dossier Van Heun); tr. (NDG) Ochten 29-4-1703 (j.m. van IJzendoorn) Heesken de Haas, ged. Ochten 25-6-1682, dochter van Claas de Haas.
  Gedoopt te Ochten:
  1. Jacomijn van Heun, ged. 20-1-1704
  Gedoopt te IJzendoorn:
  1. Jantje van Heun, ged. 8-3-1716
  2. Peterke van Heun, ged. 20-2-1718 (Jenneke de Haas)
  3. Claas van Heun, ged. 12-5-1720 (hare suster Jenneke de Haas)


Jacomina van Heun; tr. IJzendoorn (NDG) 22-4-1731 schepen Gerrit de Haas Gerritszoon, beiden van IJzendoorn. Zij lieten tussen 1732 en 1741 zes kinderen dopen te IJzendoorn: Maria (1732, Peterke de Haas, huijsvrouw van Cornelis de Beijer), Heeske (1733, haar suster Peterke van Heun), Gerritje (1735, Gertruij van Heun, w.v. Tijsch Janse van 't Sandt), Gerrit (1737, Feijke de Haas, w.v. Hendrik Steijnis), Jantje (1739, Catrina van Heun) en Pitronella (1741).

IVb.
Hendrik van Heun, ged. IJzendoorn 26-10-1684 (Henderick, vader Jan Berentse van Heun, naam moeder niet vermeld); tr. vóór 1706 Aeltge ten ...
  Hendrik van Heun (deze Hendrik?) liet dopen te Ochten:
  1. Jan van Heun, ged. 18-5-1704.
  2. Jan van Heun, ged. 29-5-1705.
  3. Geertruij van Heun, ged. 2-8-1711.


IVc. (916)
Jacob van Heun, ged. IJzendoorn 1-1-1687 (vader Jan van Heun, naam moeder niet vermeld), schepen te IJzendoorn in 1752, 1763, overl. 1763/1764 (op 18-1-1764 werd zoon Jan als erfgenaam van zijn vader beleend); tr. (1) vóór 1720 Maria Verkuijl, overl. tussen 1735 en 1746; tr. (2) IJzendoorn 14-8-1746 (kerk) Maria Heij, j.d. te IJzendoorn.
  Uit dit (eerste) huwelijk, gedoopt te IJzendoorn, met tussen haakjes de namen der doopgetuigen:

  1. Jan van Heun, ged. 18-2-1720 (Heesken de Haas, huijsvrouw van Jan van Heun, in name van desselfs suster Helena van Heun, huijsvrouw van Gerrit van de Cop).
  2. Hendrikje van Heun, ged. 28-9-1721 (desselfs vrouwe moeder).
  3. Hendrick van Heun, ged. 31-1-1723.
  4. Jacob van Heun, ged. 1-7-1725 (Elisabeth van Heun, huijsvrouw van Hendrik Heij), volgt V.
  5. Jantje van Heun, ged. 8-4-1730 (Jacomina van Heun). De vader is inmiddels schepen.
  6. Willemke van Heun, ged. 13-2-1735 (sijn nigt Maria Heij).
  Uit zijn tweede huwelijk, gedoopt te IJzendoorn:
  1. Maria van Heun, ged. 12-11-1747 (Jannetje van Heun).
  2. Hendrik van Heun, ged. 30-6-1754 (Geertje Heij en Rijk Heij).


V. (458)
Jacob van Heun, ged. IJzendoorn 1-7-1725, deed belijdenis 4-7-1749, overl. IJzendoorn 28-4-1811; ondertr./tr. IJzendoorn (kerk) 8/25-6-1752 Fijken de Haas, ged. IJzendoorn 26-11-1730 (Feijke), deed belijdenis 1-7-1751; Lidmatenregister 1759: huisvrouw van Jacob van Heun.
  Uit dit huwelijk, gedoopt te IJzendoorn, met tussen haakjes de namen der doopgetuigen:

  1. Maria van Heun, ged. Ochten 24-1-1754.
  2. Gijsbertje van Heun (37), ged. 1-8-1756 (Gijsbertje Tap), overl. Haarlem 25-11-1801; tr. Haarlem (NH) 4-6-1781 Dirk van Ewijk, ged. Beusichem 27-6-1745. Hij tr. (2) Haarlem 27-1-1805 Johanna Labaar. Zie verder bij 228/229 in de kwartierstaat.
  3. Jacomina van Heun, ged. 4-10-1758 (Maria van Heij).
  4. Helena van Heun, ged. 10-10-1765 (Helena Peterse, huijsvrouw van Jan van Heun).
  5. Peterke van Heun, ged. 29-1-1768.
  6. Willem van Heun, ged. 19-8-1770 (Gijsbertje Tap, weduwe van Willem de Haas).


Nog niet geplaatst:

Merckje van Heun en Dirck Henricksen van Perssingen: dochter Grietje, ged. IJzendoorn 1707.
Niet opgezochte huwelijken:
Ochten 1-4-1689: Hendrik Elbers van Heun.
IJzendoorn 29-4-1694: Meritje Hendericksen van Heun.

Leenregisters

(cursief: nummer in de kwartierstaat)

Nijmegen, blz. 427/428, Isendoorn, leennummer 178a.
Ses mergen lands, genoomt den Perck ende t Steenkempke, in der heerlickheyt Isendorn op den Hogenweert gelegen, tegen gevrijde des leens op Dromel in Maes ende Wael te leen gemaeckt, tot Zutphensche rechten, bij
-Herman Pieck, heer to Isendorn, 2 Julii 1591.
-enz. (verschillende vermeldingen)
-Willem Reinders, Med. Dr., als richter der heerlickheyt Isendoorn wegen den desolaten boedel van Derck Jacob Vijch beleent sijnde, geeft dit leen over in handen van den Stadtholder der leenen, den 23 Septemb. 1692.
Gaat verder op blz. 428:
-Reinier Tap, substituut rigter der heerlijkheit Ysendoorn, draegt dit leen op aen
-Jan van Heun, die daer mede beleent is, den 22 Jan. 1696. (1832)
-Jacob van Heun, erfgenaem sijns vaders Jan, beleent, 11 April 1714. (916)
-Idem maekt het deilbaer onder sijn erfgenamen, eodem die.
-Jan van Heun, erfgenaam sijns vaders Jacob, beleend, 18 Jan. 1764.
-Idem draagt dit leen op aan
-Pieter van den Berg en Johanna Hadewich Cocq, ehel., die daar weder mede beleend sij, eodem die.
enz.

Nijmegen, blz. 430 e.v., Isendorn, leennummer 179.
-Elisabet van Heun (gehuwd met Hendrick Hey, leenakte) als oudste en medeeerfgenaem van Albert Sluisken beleent, 22 Decemb. 1706.
-Elisabet Sluisken, erfgenaem haers nigts Elisabet van Heun, beleent, 18 Junij 1721.

Op blz. 432, leennummer 179 § 1:
Den Raepkamp, groot ses mergen, bepalende ten ooste de kinderen David Sluysken, westen Hendrik Tap, noorden schepen Jacob van Heun en ten suyden de pastorye van Ysendoorn, als een bijsonder leen en afgespleten van de veertien mergen bouland, genoemt Schetsenland, gelegen in den gerigte van Ysendoorn, oost geland Cornelis Cornelissen, suyd de pastorye van Ysendoorn, ten Zutphense regten leenroerig.
- Beernt van Heun laet approberen het maeggescheid, opgerigt den 5 November 1720 tussen hem en sijn suster Elisabet van Heun, waerbij hem dit leen uit den boedel van haer ouders Hendrik van Heun en Maria Sluysken, egtel., aengekomen is, 27 Julij 1729.
-Idem uit kragt van 't bovenstaende maeggescheid beleent, eodem die.
-Idem en Jantje Aeldertse van Heun laten haer reciproque lijftugt approberen, 17 Julij 1732.
-Idem en Jantje van Ingen, ehel., verbinden dit leen voor agt hondert gl., 10 August. 1743.
-Jan Hey, erfgenaam sijns ooms Beernt van Huen, beleend, onder voorbehoud van de tugt van sijne moey Jantie van Ingen gedurende haar leven van dit leen, 22 Octob. 1767.
-Rijk Hey, erfgenaam van sijn broeder Jan Hey, onverkort het regt van sijn broeders en susters, beleend, 6 May 1783.
-Denselven maakt sijn gedeelte in dit leen deelbaar onder sijne na te latene kinderen, onverkort de tugt van sijn vrouw Anna Maria Leenders, eodem die.
-Denselven laat approberen en registreren een accoord, transactie of erfmagescheyd met sijne susters *) den 19 Julij 1783 over dit leen ingegaan, 26 Julij 1783.
Enz.

*) Onderaan blz. 433: Maria Hey, wed. Jacob van Huen, Helena en Geertruida Hey (Leenakte).
Op blz. 433, leennummer 179 § 2. (Afgespleten van 179)
De seven akkeren, groot drie mergen lands, sijnde een gedeelte van Schetsen land, als een bijsonder en afgespleten parceel, ten Zutphense regten leenroerig.
-Elisabet van Heun steld na dode van Dr. Johan Swaan senior tot een nieuwen hulder over dit parceel Hendrik Hey, haar man, 3 Januarij 1744.
-Hendrik Hey, medeerfgenaam sijner moeder Elisabet van Heun, wed. van Hendrik Hey senior, beleend *), 13 Jan. 1774.
-Rijk Hey, voor sig en in name van sijne susters erfgenaemen van haar moeder Elisabeth van Heun, nae overlijden van haarl. broeder Hendrik, beleend, 26 Julij 1783.
Enz.

*) Onderaan de bladzijde: De andere kinderen zijn: Jan, Hendrik, Maria, wed. van Jacob van Heun, Helena, Geertruid, Rijk, geh. met Anna Maria Leenders, Geertien en Elisabeth Hey (Leenakte).
Bron: Register op de Leenaktenboeken, Vereniging Gelre (op CD-Rom)


Een mogelijke oudere voorvader?

In november 1430 werd een Bernd van den Hoen beleend "mit dem Gut zu Bistervelde als Pfandlehn nach zutphenschem Recht". (Regestenlijst Duffelt, website van Guido van Benthem) Deze naam komt meerdere malen voor, ook geschreven als Bernt vanden Hoene, o.a. in mei 1434, september 1438, juli 1439, mei en juli 1440 en nog veel meer vermeldingen. In mei 1473 wordt er een Johann von Hoen genoemd.

De lettercombinatie "oe" wordt in Duitsland uitgesproken als "eu". Von Hoen zou dus ook Van Heun kunnen zijn. Vergezocht? Misschien wel, maar, in combinatie met de voornamen Bernd en Johann (Jan) zeker niet ondenkbaar.


Het bestand dat t/m medio maart op de website stond was gedateerd op 11 maart 2010 (laatste versie). Het werd aangepast en opnieuw geplaatst op 17 juni 2012.



Het onderzoek naar het geslacht De Haas

(door Hanny Sinkeldam-Buschmann)


Op 26 november 1730 werd te IJzendoorn gedoopt Fijken de Haas (Feijke), dochter van Willem Adriaense de Haas en Gijsbertje Adriaanse Tap. Fijken was de moeder van Gijsbertje van Heun (zie hierboven) en staat onder nummer 459 in kwartierstaat Hart-Sinkeldam. Evenals Jacob van Heun, met wie zij in 1752 in het huwelijk trad, waren de ouders van Fijken uit IJzendoorn afkomstig.

In de jaren tachtig van de vorige eeuw ontving ik van dhr. C.P.H. Soetens te Tiel aanvullende gegevens over het geslacht De Haas, o.a. enige fotokopieën uit een rapport gedateerd op 19 juli 1965, genaamd "Verdere uitwerking van de genealogie van het IJzendoornse geslacht De Haas" (berustende bij het CBG?). Op 3 juni 2003 ontving ik nóg een paar fotokopieën van andere pagina's uit hetzelfde rapport van Oscar van Riemsdijk, tijdens een bezoek dat hij in dat jaar aan Nederland bracht. In dit rapport wordt verwezen naar het Leenaktenboek, Kwartier van Nijmegen. Inmiddels heb ik de CD-rom (uitgave Vereniging Gelre) aangeschaft en heb ik de betreffende vermeldingen zelf bekeken. O.a. de volgende:


't Spick te IJzendoorn

Eenen uterweert, genoomt 't Spick, so dieselve gelegen is, met passen ende holtgewas daerto gehorende, in der heerlickheyt Isendorn, enz., met eenen uutweg over Alard van Isendorns Cleynen ende Groten weert, ten besunderen Zutphenschen leen opgedragen bij
-Alard van Isendorn tot behoeff van
-Gerrit Herberens, 26 Octobris 1604.
-Herberen Gerrits ende Johan Gerrits, elx voor de helfte, als een aengecoft leen, met conditie nochtans dat beyde deselve helften, wederomme aeneen commende, tot een leen ende met een heergewaet ontfangen sullen worden ende verheven, beleent, den 6 Novemb. 1645.
-Jan Gerritsen voor een vierde part (hem aangeërfd door den dood van zijn vader Gerrit Herberens), met conditie nochtans dat voorn. leen, wederom aeneen commende, tot een leen en met een heergewaet ontfangen ende verheven sal worden, den 31 Maii 1653.
-Idem laet sijnne dispositie approberen, eodem die.
-Fijken Gerrits van Westrenen, erve haeres broeders Jan Gerrits den ouden, beleent met derdenhalve margen off vijf schaeren; haer man Willem de Haes Janssoon is hulder, 8 Jan. 1664.
-Odilia van Westrenen, huysvrouw van Jan Cornelissen van Cuylenborch, erve haeres vaders Herberen Gerrits van Westrenen, beleent met de rechte helft van dit leen, den 8 Augusti 1664.
-Eadem maeckt dit leen onder haer kinderen deilbaer, 15 April 1665.
-Fijken Gerrits van Westreenen laet haere dispositie approberen, den 18 Junii 1675.
-Herbert de Haes laet approberen het maechgescheit tusschen de kinderen van Fijken van Westrenen (zijn moeder), ende laet hem uyt kracht van hetselve met dit leen belenen, den 15 Decemb. 1691.
Enz. (Bron: leenregister Nijmegen blz. 435/436, Isendoorn, leennummer 179c.)


Wie was de vader van Willem Jansz. de Haas? (3672)

Willem Jansz. de Haas (de Jonge) was de overgrootvader van Fijken de Haas. Ongetwijfeld was hij een zoon van Jan de Haas. Maar welke Jan? Wat het degene die tot voor kort als Jan Adriaenszoon de Haes (het patroniem is onlangs verwijderd) in de kwartierstaat staat vermeld onder nummer 7344? Zijn echtgenote was Cornelisken (Cornelia) Willems.

Uit een rapport (zie boven) gedateerd op 19 juli 1965, bleek dat onze kwartierstaat toch aan een nadere inspectie zou moeten worden onderworpen. Na lezing van het nu volgende zal het een en ander wel duidelijk zijn.

De samensteller van een publicatie in De Nederlandsche Leeuw van 1939 zag in Jan Adriaensz. de Haes (1200) de vader van Willem Jansz. de Haes (600). Dit blijkt echter onjuist te zijn. Mogelijk moet het "Adriaenszoon" vervangen worden door "Petersz." Of we noemen hem gewoon "Jan de Haes", onder welke naam hij ook wordt genoemd in het ORA van IJzendoorn.


Een mogelijke stamreeks, zoals deze in het bewuste rapport wordt gegeven:

I.
Jan Petersz. de Haes, verm. geb. ca. 1520, zegelt op 10-9-1554 als schepen van IJzendoorn met het bekende wapen (zie voor afbeelding van het zegel NL 1939), leenman van IJzendoorn 1562; tr. NN.

Waarschijnlijk had hij deze zoons:

  1. Peter, volgt II.
  2. Jan Jansz. de Haes, zegelt op 12-1-1572 als richter van IJzendoorn (zie voor afbeelding van het zegel NL 1939).

II.
Peter Jansz. de Haes, vermeld te IJzendoorn 1578, te Tiel (won. IJzendoorn) 1590, beleend met "de cleyne rijsweert" te IJzendoorn (Gelders leen) 1604, overl. vóór 30-4-1613; tr. NN.

III.
Jan Petersz. de Haes, verm. geb. ca. 1580, beleend met "de cleyne rijsweert", als erve van zijn vader, 30-4-1613, transporteert dit leen 14-6-1623 aan Jan Ariensz. (die gehuwd was met Tuentgen Jans de Haes), waarschijnlijk zijn schoonzoon.
(Deze laatste opmerking is er een van de schrijver van het artikel, want zo staat het niet in het leenaktenboek. Daarin staat letterlijk: Johan Ariens bij opdragt Johans de Haes beleent, 14 Junii 1623.)


Het is niet ondenkbaar dat deze Jan Petersz. de Haes dezelfde was als de onder 7344 genoemde Jan. Zowel zoon Adriaen als Willem noemde een zoon Peter.

" Een andere mogelijkheid is, dat Willem Jansz. de Haes de jonge, die een broeder Adriaen had, een zoon was van het echtpaar Jan Adriaensz. en Antonia (Teunken) de Haes. Hij zou dan, zoals o.a. in de Betuwe zo vaak gebeurde, de familienaam van zijn grootvader van moederskant hebben gekregen."
Vervolgens worden een aantal vermeldingen in akten genoemd:

14 juni 1623: Johan Ariens wordt bij opdracht van Johan Petersz. de Haes beleend met "de cleyne rijsweert" te IJzendoorn (Leenaktenboek Nijmegen, blz. 434).
16 april 1638: Theuntgen de Haes, wed. Johan Aryensz.
In de daarna volgende genealogie staat onder generatie I vermeld het echtpaar Jan de Haes en Cornelia Willems. En vervolgens worden enige kinderen genoemd: "uit dit of uit een eerder huwelijk, volgorde onbekend".

Als eerste wordt Adriaen genoemd, geboren ca. 1620, en vervolgens Willem, geboren ca. 1625. Dat Adriaen genoemd zou zijn naar zijn grootvader van vaderskant, en Willem naar die van moederskant lijkt logisch. Naar wie het derde kind, Dirkje, dan werd vernoemd? ... Die naam ben ik nergens tegengekomen om hier een antwoord op te kunnen geven. Hoe dan ook, het een en ander versterkt het vermoeden dat de vader van Jan Adriaen heette. En Cornelia Willems was dan misschien tóch de tweede echtgenote, uit wie in ieder geval zoon Willem geboren werd. Onze voorvader Willem Jansz. de Haes werd in dat geval vernoemd naar haar vader! Anders gezegd, hij was geen "echte" De Haes.

Zou dat kunnen? Dat Teuntje de Haes de eerste echtgenote was? Nee, helaas, want zij was in 1638 al weduwe, terwijl Jan de Haes en Cornelia Willems in 1670 beiden nog in leven waren.

Stel nu dat het tóch zo zou zijn dat onze Jan dezelfde was als Jan Petersz. de Haes? Dan is het toch vreemd dat er bij Jan en Cornelia geen zoon Peter werd geboren, maar wel een Adriaen. Hoewel, misschien werd er wel een Peter geboren, maar overleed deze op jonge leeftijd. Misschien was dat voor de beide broers een aanleiding om een van hun eigen zoons toch weer Peter te noemen, naar hun veel te vroeg gestorven broertje ...

" In de klapper op het verdwenen schepensignaat van IJzendoorn over de jaren 1666-1673 komt slechts één Jan de Haes voor. Ongetwijfeld was deze dezelfde als degeen, die in een akte van 1670 wordt genoemd:

ORA IJzendoorn nr. 2, fol. 90v, d.d. 16-4-1670, gereg. 15-12-1670:
Jan de Haes en Cornelisken Willems, echtelieden, bekennen schuldig te zijn aan Henrick de Haes (Willemsz., waarschijnlijk een zoon van Willem Jansz. de Haes de oude) 200 gld. kapitaal op een kamp weiland te IJzendoorn, enz.
Waar in 1672 Willem de Haes een schuld van zijn vader voldeed, zal deze kort tevoren overleden zijn."


Het antwoord op de vraag wie nu eigenlijk de vader was van Willem Jansz. de Haas zal dus helaas onbeantwoord blijven.


Het bestand dat t/m medio maart 2012 op de website stond was gedateerd op 22 maart 2010 (laatste versie). Het werd onlangs aangepast en opnieuw geplaatst op 18 juni 2012.

De kwartierstaat