Achtergrondinformatie over het dorp Wormer



Het kostte niet zo erg veel tijd om erachter te komen dat een groot deel van het voorgeslacht van Anna Catharina Heekelaar (mijn oma) uit Wormer kwam, dat wil zeggen, van haar vader's kant. Enige jaren geleden heb ik een genealogie van het geslacht Heekelaar samengesteld, die al enige keren is bijgewerkt. We maken even een sprong in de tijd, terug naar het midden van de zeventiende eeuw.


Wormer, 5 juli 1648

Ter gelegenheid van de Vrede van Munster, die een einde maakte aan de 80-jarige oorlog, werd overal feestgevierd. In Wormer stond op die dag de gehele burgerij langs de dorpsweg opgesteld om een optocht gade te slaan. Voorop ging een man te paard, in 't wit gekleed, "bestoken met laurierbladen en cierlijck toegerust". Daarachter volgde het dorpsbestuur: schout Lucas Fransz., uitgedost "met pluymagie, levereij, degen en een halve bartisaen (een soort piek) in de handt", met de burgemeesteren Sijmen Gerbrandsz. en Cornelis Cornelisz. Schoon, enige schepenen en de secretaris Johannes Eustatius Mangleris met "schrijftuigh in den handt". Daarna volgden negen groepen.

Het voorste deel van de optocht

Je zou je natuurlijk kunnen afvragen waarom de secretaris zo nodig schrijftuig bij zich moest hebben. Welnu, hij had het nodig om de verstoorders van de openbare orde op te kunnen schrijven, zodat deze later gestraft zouden kunnen worden. Ja, zo ging dat in die tijd.

Het is allemaal lang geleden, maar als je weet dat Johannes Eustatiusz. Mangleris jouw voorvader was, dan bezie je deze gebeurtenis toch met andere ogen. Hij was er bij en, in zekere zin, jij dus ook.


De Schout

Nog even over schout Lucas Fransz. de Haes. Hij werd in 1614 door de baljuw van Kennemerland aangesteld als schout te Wormer en volgde als zodanig Hans Albertsz. Colterman op. Hij bleef tot 1661 in functie. Zevenenveertig jaar lang was hij een bekende figuur in het dorp, een man met een grote voorliefde voor sterke drank. In minstens één herberg was Lucas vaste klant. Hij kwam dan ook wel eens in opspraak. Zo stond er, toen hij ongeveer 40 jaar was, over hem in de schepenrol: "Onze Schout hadde sich weer in dronckenschap verloopen ende also in die andere sonden vervallen". Je kunt je natuurlijk afvragen wat die "andere sonden" dan wel inhielden. Ze hadden vast te maken met een losbandig leven. Maar niemand van ons is er zelf bij geweest ...

Ook toen hij ouder was kon hij de fles niet laten staan. In 1660 werd hij nogmaals vermeld: "Lucas Fransz., Schout deser plaetse, hebbende al voor geruyme tijt sich in stercken dranck verloopen, onfatsoenlijcke huysen gefrequenteert met buerluyden ende sich daer seer tot ergenisse nu en dan vergeselschapt".

Een aardig verhaal is de gebeurtenis die plaats vond op 5 april 1636, die opgetekend werd door notaris Manglerius, van Wormer. Het was om een uur of drie in de middag, toen Henricus Crocius, predikant van Jisp, naar het huis van de schout kwam om hem een bezoek te brengen. De schout was echter niet thuis. Susanna, z'n vrouw (zuster van de notaris), was er wel. Het was een warme dag en de bezoeker rustte even wat uit. Hij had namelijk een boodschap voor de schout. Het is weliswaar een oud handschrift, maar het is wel duidelijk geschreven. Als je er even aan gewend bent lukt het wel het te ontcijferen.

Op de laatste bladzijde werd de akte ondertekend door o.a. Susanna Manglerius, vrouw van de schout, en haar broer Johannes Manglerius, de notaris. Beiden gebruikten bij de ondertekening niet hun familienaam Manglerius. Hun moeder tekende als Wyllemiken Behagels. Haar leeftijd werd in de akte vermeld: ze was LVIII ofwel 58 jaar oud.

(NA Wormer 5626, nr. 13, d.d. 17-5-1636)


Oude beroepen

Er zijn van die beroepen die tegenwoordig niet meer bestaan. Het beroep van hekelaar, bijvoorbeeld. Wat was dat voor iemand? Wat deed hij? Laten we het zo zeggen: hij zat tussen hennep en zeildoek in. Laten we ons eens verplaatsen naar het dorp Wormer, waar, net zoals in de andere plaatsen langs de Zaan, ooit veel molens stonden. Vijf van die molens waren zogenaamde hennepkloppers: molen De Hoop, die in 1723 tot houtzaagmolen werd omgebouwd, molen De Haas, molen De Zwarte Leeuw, molen Het Fortuin en molen De Ooievaar, die omstreeks 1715 afbrandde (hij werd echter weer geheel herbouwd, maar werd in 1806 afgebroken). In deze molens werd de hennep gebeukt, die daarna, alvorens er verder iets mee gedaan kon worden, door de hekel getrokken moest worden. De laatste houtdelen moesten er namelijk nog uit worden gehaald. Dat was het werk voor de hekelaar, die daarmee niet veel geld verdiende. Het was een buitengewoon stoffig beroep, maar ondanks het zware werk en de geringe beloning waren er in 1680 toch nog 32 mannen die daarmee hun brood verdienden! Een van deze 32 mannen was onze oudst bekende voorvader met de naam "Heeckelaer".

Als de hekelaar klaar was met zijn werk kon er gesponnen en geweven worden. Dat waren zo de bewerkingen waartoe de rolreder, ook "rollecooper" of "seylemaker" genoemd, de opdrachten gaf. Hij was het die de hennep inkocht. Bij hem werden, nadat alle bewerkingen hadden plaatsgevonden, de rollen zeildoek afgeleverd. Vanuit de rolrederij werden ze verkocht en verzonden.

In de bloeitijd van Wormer waren er negen rolrederijen in het dorp gevestigd. Door allerlei omstandigheden liep dat aantal langzaam terug. Een van de rolrederijen uit het begin van de achttiende eeuw was in handen van burgemeester Johannes Engels. Hij was de grootvader van Lijsje Engels, die met Jacob Heekelaar was getrouwd.


He(e)kelaar als familienaam

Jacob Heekelaar, Schepen en Raad in de Vroetschap te Wormer, was eerst getrouwd geweest met Dieuwertje Claas Kuijper, een burgemeestersdochter. Lijsje was zijn tweede echtgenote. Na zijn overlijden werden Cornelis Coopman en Cornelis Kuijper, beiden burgemeester, tot voogd aangesteld over de enige zoon: Cornelis Jacobsz. Hekelaer (NA 5665, nr. 65, d.d. 7-6-1781, Wormer).

Enige jaren later, in 1787, werd er een mislukte staatsgreep gepleegd. Daarom moesten volgens de resolutie van de Staten van Holland en Westfriesland alle personen, die deel uitmaakten van de dorpsregering, de eed afleggen van trouw aan de bestaande constitutie van den lande en het stadhouderschap, erfelijk in het Huis van Oranje. Daartoe werden op 12 maart van het jaar daarop 97 personen opgeroepen om naar het stadhuis te komen. Cornelis Hekelaar, kerkmeester van de hervormde kerk, bevond zich bij de derde groep.

In 1793 werd Cornelis aangesteld tot thesaurier en schotgaarder der banne van Wormer, na een borgstelling van ƒ 2.000,- door zijn moeder. De thesaurier had een aantal vaste taken. Zo was hij belast met de inning der belastingen en alle andere inkomsten. Ook verrichtte hij de betalingen. Kohieren werden door hem opgemaakt en aanslagbiljetten door hem uitgereikt. Hij moest de gelden persoonlijk bij de burgers innen, hetgeen hem wellicht niet erg geliefd bij de medemens maakte. Maar wie weet, hoe men daar destijds op reageerde.

Maar er was meer. Volgens een keur gedateerd op 4 april 1730 was de thesaurier nog een andere, zeer onsmakelijke taak toebedeeld: het in ontvangst nemen van gevangen mollen. Zo staat er: "Alle d'opgevangen molle sullen moeten worden gebragt ten huijse van den thesaurier deses dorps, die daer voor sal betaelen d'premie hier vooren gemelt (42 kennemer schellingen) en een der voorpoten moeten afkappen. Doch in gevallen eenige molle gevangen sijnde die soodanigh mogte stincken dat d'voorpoote daarvan niet bequamelijk kunnen worden afgekapt, sal als dan daer voor geen premie betaelt worden".

Verder komen we de naam van Cornelis Heekelaar nog tegen als Schepen, als kapitein van de burgerwacht en als schilder. De nieuwe kerk te Wormer werd voor ƒ 96,- door hem voorzien van al het schilderwerk om daarna, op 12 november 1808, te worden ingewijd. Opvallend is wel dat de familienaam op verschillende manieren wordt geschreven. Dat gebeurde enige eeuwen geleden, en dat gebeurt ook nu. Men schreef dikwijls op wat men hoorde. Zelfs binnen een gezin zijn er soms verschillende schrijfwijzen, zoals in de hierna volgende genealogie ook wel blijkt. Het wil beslist niet zeggen dat mensen, die de naam met slechts één "e" schrijven, niet verwant zouden zijn aan hen die er twee gebruiken. Maar welke spellingswijze nu eigenlijk de juiste is valt moeilijk te zeggen. Het beste is gewoon uit te gaan van de naam die je bij de geboorte krijgt en dat kan dus zowel Heekelaar als Hekelaar zijn. Laten we in dat opzicht niet moeilijk doen en ons gewoon neerleggen bij de keuze van de ambtenaar, toen deze de naam na de geboorte van het kind opschreef. Hij handelde zoals hij dacht dat het goed was. Als benaming voor deze genealogie werd gekozen voor de naam Heekelaar, want zo luidde de achternaam van Oma. Zie verder de genealogie.

(Hierbij werd tevens gebruikgemaakt van het boek "Uit de geschiedenis van Wormer", door C. Mol.)


|Anna Catharina Heekelaar, mijn oma| |Wormer in maart 2010| |Terug naar de startpagina|