|
BinnenblijffArtikelen die in De Schakel werden gepubliceerd
Hilgond Jans BINNENBLIJF (de echtgenote van Mr. Jan STOLP) en haar voorgeslacht.Toen een poosje geleden het juninummer van Gens Nostra in de bus rolde viel het de oplettende lezer onmiddellijk op: in het artikel over het geslacht Walraven te Hoorn staat de naam Dirk Jansz. BINNEBLIJF vermeld. Hij was getrouwd met Katrijn Dirksdr. Ook de vrouw van Mr. Jan Stolp droeg deze naam en er is niet veel fantasie voor nodig om haar voor een afstammelinge van deze Dirk Binneblijf te houden. Zou een aansluiting mogelijk zijn? Laten we eerst eens zien wat we eigenlijk van haar weten.Hilgond Jans Binnenblijf trouwde op 4 februari 1674 in de kerk te De Rijp met Mr. Jan Stolp. Op de ondertrouwinschrijving (13 januari) staat ook de naam van haar vader: Mr. Jan Binneblijf voor zijn dogter Hilgont Jans Binnenblijf. In een door notaris P. v.d. Broeck te Westzaan opgestelde akte van 23 november 1706 (N.A. 5430, nr. 64) staat te lezen dat de eerste comparant (Johan Stolp d'oude, chirurgijn woonagtigh in de Rijp) ten huwelijk had "Hilgond Jans, een dogter geweest van zeeckere Jan Cornelisz. Binneblijff ende Wolmet Jans, mede in de Rijp woonagtigh ende oock overleden". Het eerste kind van Jan en Hilgond werd Cornelis genoemd. Hij werd op 30 augustus 1676 te Beemster ten doop gehouden, als zoon van Johannis Stolp, appoteecker, swager van mr. Jan Binneblijf. Als deze laatste aanduiding klopt, zou Hilgond een broer Jan gehad moeten hebben die, evenals zijn vader, de titel "Mr." droeg. Het is dan ook nog maar de vraag wie de Jan Binneblijf was die op 13 juni 1674 (N.A. 5782, nr. 260A, Zaandam) "collecteur van de schepen en de schuyten in de rijp" werd genoemd. Of er stond een fout in het doopboek en deze Mr. Jan Binneblijf was de schoonvader in plaats van de zwager. Laten we het voorlopig hier maar op houden. Het echtpaar Jan Kornelisz. Binnenblijf en Welmoet Jans liet te De Rijp vijf kinderen dopen: Marij in 1656, daarna vier zoons, die afwisselend Kornelis en Krelis werden genoemd. Bij de doop van het laatste kind in 1673 werd als vader Mr. Jan Binnenblijf genoteerd. Een doop van Hilgond werd niet gevonden (de doopboeken van De Rijp beginnen in 1655), maar als we er van uitgaan dat ze twintig jaar was toen ze trouwde, zou ze omstreeks 1654 geboren zijn. Ouder dan een jaar of veertig is ze niet geworden, want op 9 november 1693 trouwde Jan Stolp te De Rijp als weduwnaar met Niesjen Vos. Dat namen dikwijls op verschillende manieren werden geschreven mag wel als bekend worden verondersteld. De naam werd genoteerd op die wijze waarvan men dacht dat het de juiste was. Ook in de nu volgende akte van 22 september 1709 (N.A. 5837, nr. 108, Zaandam) was dat het geval:
De naam van Kornelis Groen wordt ook genoemd in een akte van 2 november 1708 (N.A. 4203, nr. 8, Oudorp), waarin Catharina van Royen verklaarde "ter requisitie van monsieur Cornelis Groen, woonende in de rijp, hoe waar en waaragtigh is, dat sij deposante 16 jaren als dienstmeijt heeft gewoont ten huijse van Jacob Groen des requirants vader zaliger en in den jaren 1697 in de maandt september, sonder den precisen dag te kunnen noemen, heeft sien comen ten huijse van de voorgenoemde Jacob Groen, Welmoet Jansz. weduwe van Jan binneblijff, nevens haar zoon Cornelis binneblijv". Welmoet Jans kwam vragen of Jacob Groen misschien iemand wist die haar zoon wat geld kon lenen, "alsoo hij een winkel zoude gaan opsetten en daar toe eenige penningen van noden had". Welmoet Jans leefde dus nog in 1697, terwijl haar man toen al was overleden. Volgens een akte gedateerd op 5 februari 1708 (N.A. 4490, nr. 156, notaris J. Schoolhouder, De Rijp) leefde zij ook nog op 13 november 1707, want in deze akte wordt naar haar testament verwezen. Een onlangs in het archief van de gemeente Zaanstad gevonden akte (N.A. 3042, nr. 4, Krommenie) geeft heel wat genealogische informatie. De akte begint als volgt:
Mr. Jan Binneblijf, die voor 1656 overleed, zou een zoon geweest kunnen zijn van het in Gens Nostra genoemde echtpaar Dirk Jansz. Binneblijf en Katrijn Dirksdr. en zou dan vernoemd zijn naar zijn grootvader van vaderszijde. Zou dit zo zijn, dan komen we tot de volgende stamreeks, waarbij de verbinding tussen de generaties II en III op een veronderstelling berust (die bij nader inzien onjuist bleek te zijn).
I.
II. (Inmiddels weten we dat ook dit gegeven niet klopt: Jan was niet de broer van zijn vader, maar van zijn moeder!)
III.
IV.
V.
(september 1991)
Bezittingen in de BeemsterOp blz. 25 werd een op 5-2-1708 gedateerde, door notaris Schoolhouder te De Rijp opgestelde akte genoemd (N.A. 4490, nr. 156), waarin als comparanten worden vermeld: Mr. Johan Stolp, out schepen en vroetschap tot Rijp, als in huwelijk gehad hebbende Hillegont Jans, sijnde de dogter van wijlen Mr. Jan Binnenblijf en Wellemoet Jans, alhier overleden, en Mr. Jan Stolp, chirurgijn tot Westsanen, daar moeder af is geweest gemelde Hillegont Jans. Zij waren de erfgenamen van wijlen Wellemoet Jans.Onder haar bezittingen bevonden zich, naast obligaties, ook enige landerijen in de Beemster: dijkkavel 67, groot 9 morgen en 556 roeden, op naam van Jan Binnenblijf eene helft, en de andere op naam van Wellemoet Jans, en dijkkavel 68, groot 5 morgen en 578 roeden. Ook in het boek van dhr. Dinkla over eigenaren van landerijen in de Beemster komen deze stukken land voor, naast nog twee andere stukken. Drie daarvan werden bij de uitgifte van land in 1612 toegewezen aan Albert Fransz. Sonck en Jan Binnenblif te Hoorn.
Wat Jan Binnenblijf betreft, hij was geen zoon van Dirk Jansz. Binneblijf, zoals in bovengenoemd artikel op blz. 25 mogelijk werd geacht. Dit blijkt uit een akte uit het notarieel archief van De Rijp (inv.nr. 4472), gedateerd op 20-5-1687, toegezonden door dhr. A. de Ridder te Westzaan. In deze akte verklaren Cornelis Sijmons Haan, biersteker, en Cornelis Sijmons Lodder, beiden ongeveer 70 jaar oud en wonende in De Rijp:
"... dat zij beijde zeer wel hebben gekend, een Cornelis Jansz. Binneblijf van Hoorn van geboorte, en lange jaren in den beemster gewoont hebbende, welke een zoon geweest is van zal. Jan Wouters Binneblijf tot Hoorn overleden, op wiens naam (zoo haar onderrigt is) staet een halve cavel lant leggende in de Beemster aan de ringdijk bij de rijp op de C.C. (cavel caert) geteijkent met No. 67 DK int Huijs op de selve halve cavel staande, de voornoemde Cornelis Jansz. Binneblijf, is overleden, en welke huijs en lant ook hem altijd, zoo wel haar deposanten bekent is, in vrijen eijgendom heeft toebehoort. Ende dat de voorn. Cornelis Jansz. Binneblijf overlijdende, heeft achter gelaten twee kinderen, namentlijk Jan Cornelisz. Binneblijf tot Rijp overleden ende Geertje Corn. Binneblijf, weduwe wonende tot Krommeniedijk. " Daarna volgde een kopie van blz. 383 uit Chroniek van de Stad Hoorn, door Theodorus Velius, waarop het overlijden van Mr. Jan Woutersz. Binneblijf staat vermeld. (februari 1992)
BinneblijfEén van onze lezers, wonende te Doetinchem, ontdekte in het boek Onder regenten. De elite in Hoorn 1700-1780, door Dr. L. Kooijmans (Hollandse Historische Reeks, deel 4) de naam Wouter Binneblijf. Dat hij een nakomeling van de vader van bovengenoemde burgemeester was is wel aannemelijk. Op blz. 299 staat dat hij op 3 maart 1686 te Hoorn trouwde met Trijntje Jans, dochter van Jan Dirksz. en Marijtje Ham. Hun dochtertje Dieuwertje, dat op 30 september 1691 te Hoorn werd gedoopt, stierf nog geen maand daarna. Ook wordt op de betreffende bladzijde een testament genoemd, gedateerd op 5 november 1710. Wouter Binneblijf vertrok in 1704 naar Indië.In het archief te Hoorn werd naar aanvullende gegevens gezocht. Uit het genoemde testament blijkt dat Wouter vóór of in 1710 overleed: "Trijntje Jans, weduwe van Wouter Binneblijff, hier ter stede woonagtig" (N.A. 2343). In de klapper op dopen in Hoorn staat bij de doop van Dieuwertje: vader Wouter Binneblijf van Enkhuijsen, moeder Trijntje Jans van Hoorn. Op 7 mei 1699 trad Trijntje Binneblijf op als getuige bij de doop van Pauwlus Groenvelt, zoon van Jan Groenvelt en Lijsbet Etzen. Was zij een zuster van Wouter? Ook in het Genealogisch Repertorium komt de naam Binneblijf voor. Daarin wordt verwezen naar NL 1938. Het blijkt hier om een vraag van dhr. H.W. van Tricht te gaan, over o.a. Cornelis Joosten Binneblijf te Krommeniërhorn, die in 1675 met Geertje Claes Heeringa te Wormerveer trouwde. Zou er ooit een antwoord op deze vraag zijn gekomen? (mei 1992)
Het overlijden van Jan BinnenblijfZie voor het hele artikel De Beemster in het jaar 1612Theodorus Velius beschreef met een paar regels het droogvallen van het voormalige Beemstermeer (Kroniek van Hoorn, het vierde boek, blz. 294). Op 30 juli was het zover dat de kavels konden worden uitgeloot. (...) De volgende dag, 31 juli, werd besloten "het getal Hoofd-Ingelanden tot op tien te laten uitsterven". Tevens werd bepaald dat elke Hoofd-Ingeland minstens 20 morgen land in de Beemster in eigendom zou moeten hebben en verder "dat voorloopig de tegenwoordige Hoofd-Ingelanden in drie partijen zouden worden verdeeld om volgens rooster, bij beurten een jaar den Dijkgraaf in alle keuren en schouwen te assisteren, in plaats van Heemraden." (Jacobus Bouman, 1857) Tussen de namen van de mannen die het derde jaar, ingaande op Allerheiligen 1614, op het rooster stonden is ook de naam J. Binnenblijff te lezen. Voor hem zou het echter nooit zover komen, want anderhalve maand na de betreffende vergadering overleed hij. Ook hiervan maakte Velius een vermelding (dezelfde bladzijde):
Dit Jaer / als oock de twee volgende / waren seer sieckelijck / en met sware heete Coortsen besmet / voornaemlijck inde nasomer. Waer van onder anderen / tot groote schade en alghemeyne droefheydt van de Stadt / op den 18. Septembris overleedt de Burghemeester Dr. Jan Wouterssoon Binneblijf / een treftigh en voorneemlijck Regent. Hij was Doctor inde Rechten en een uytnemende Philosooph / en behalven zijn groote gaven van verstandt / gheleertheydt / en welspreeckentheydt / seer minnelijck en lieftalligh teghens zijn Burghers / dien hij dickwils met raedt en daet seer behulpigh was. Zijn voor-Ouders waren van aver tot aver in de Stadts Regieringhe gheweest / als zijn Oom Dirck Janssoon Binneblijf / een voorneemlijck Regent by onsen tijt. Zijn Groot-Vader Mr. Jan Binneblijf / daer hy na genoemt was / die 21 Jaer aen malkander (een maer uytghesondert) Schepen of Burghemeester gheweest was / sonder eenighe rust tusschen beyden / en uyt d'eene Dienst steeds in d'ander tredende. Zijn over-Groot-Vader Dirck Jacobssoon / en desselven Vader Jacob Claes Barents / die in't Hoecxe en Cabeljausche spel seer tot vrede wracht onder de ghemeente / en de Stadt en Burgers een sonderlinghen dienst dede. Wij hebben niet konnen nalaten om d'oorsaecken nu verhaelt / en om onse oude onderlinghe vriendtschap / als zijnde van Joncx op contubernales studiorum gheweest / hem met dit volgende Epitaphium uyt aengenamer gedachtenisse te vereeren. In dit stukje staan heel wat generaties vermeld. Bet-overgrootvader Jacob Claes Barents leefde in de tijd van de Hoekse en Kabeljauwse twisten. Dat is een hele tijd terug. Wanneer was dat ook al weer? Volgens de Lekturama Encyclopedie zijn Hoeken en Kabeljauwen de namen van twee groeperingen in Holland en Zeeland tussen ca. 1350 en het einde van de vijftiende eeuw. De oorsprong van de groeperingen en hun onderlinge twisten moet worden gezocht in veten tussen adellijke geslachten. Maar natuurlijk hebben we dit vroeger in de geschiedenisles allemaal op school geleerd ..... Hoe het ook zij, de Beemster schreef geschiedenis, ook zonder onze voorvader Jan Binneblijf. Maar hij was er toch wel bij betrokken. Zo ondertekende hij het "Accoord tussen de Hoofd-Ingelanden van de Beemster en de vredemakers of scheidsmannen van de Beets, Oudendijk en Schardam" op 11 januari 1608. Hierbij werd "in het minnelijke overeengekomen en geaccordeerd, als dat de Hoofd-Ingelanden van de Beemster dadelijk in vrijen eigendom zullen hebben en aanvaarden den dijk gelegen op Lutje-Schardam, om daarmede, zoo in het droogmaken als drooghouden van de Beemster te hunnen schoonsten zich te behelpen, zoo als zij ten meesten nutte van de dijkagie bevinden zullen te behooren." Hij tekende als Burgemeester van de stad Hoorn. De op één na laatste alinea vermeldt het volgende: "Eindelijk hebben de Ingelanden van de Beemster aangenomen te vrede te stellen de kerkmeesters en eenige particuliere eigenaars van de huizen en werven te Schardam gelegen, die bij de doorgraving van de sloot tot in den Schardammer togt toe, eenigzins beschadigd zouden kunnen worden." Wie meer wil lezen over de geschiedenis van de Beemster kan dat o.a. doen in het boek dat Jacobus Bouman in 1857 schreef over de bedijking, opkomst en bloei van de Beemster. (Vast wel te lenen bij de plaatselijke Bibliotheek.)
|